De Hoge leraar

Ze was iets ouder dan haar eigen dochter nu, toen wij elkaar leerden kennen. Ik kreeg verkering met haar moeder en mocht meezorgen en meemoederen over twee jonge kinderen. Net van de universiteit af belandde ik in een gezin en dat was wennen. Want ik  was zelf redelijk opgevoed door ouders en oudere broer en zusters, maar om het zelf te doen, dat was nog een hele toer.
En nu staat ze daar: ze wordt geïnaugureerd als bijzonder hoogleraar, ze mag haar oratie houden om de stap te zetten naar het professoraat. Wat een bijzondere stap en wat zijn we allemaal trots op haar, haar moeder en vader, haar broer en ik ook.

De kunst van het lesgeven
Ze is helder, erudiet, kritisch, humoristisch en ze neemt ons allemaal mee in een ingewikkeld, wetenschappelijk verhaal. En  je hebt toch het idee dat je het snapt, dát is de kunst van het lesgeven die ze goed verstaat. Ik zie de spanning op haar gezicht als ze binnenkomt in de rij van hoogleraren in toga. Er zijn meer vrouwen bij dan in de tijd dat ik studeerde, maar nog niet zoveel als gewenst. Het zijn toch veel oudere grijze mannen. En dan ons meidje dat het gaat doen, die het gaat maken.

Als alles achter de rug is en haar dochter van 5 1/2 van de opvang komt en zich bij ons aansluit, wordt het vrolijk. Want wat kan je je goed verstoppen onder zo’n toga. Dat is het leukste spel van de dag. Zij is er aan gewend dat haar moeder ‘hoge leraar’ is en dat ze lesgeeft aan ‘grote kinderen’. Niet onder de indruk, vrij en speels racet ze door de gangen van de universiteit met haar vriendinnetje.

Identiteit
Wat zal er van haar worden, gaat ze hier ook in de toekomst komen met laptop en andere hulpmiddelen van deze tijd? Ze krijgt wel het goede voorbeeld, dat het heel gewoon is. En wat ook heel gewoon is, is dat alle kleuren, afkomsten en nationaliteiten daar rondwandelen. Hoezo Nederlanders en hun identiteit.

Daar  tussen al die jonge mensen is het heel gewoon dat je verschillend bent.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Je glimlach bewaren

Je glimlach bewaren - omslag orde van dienst

In de doopviering van Yannic Omloo lezen we teksten uit ‘Een jihad van liefde’ van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen in het evangelie volgens Mattheus.

Je glimlach bewaren, de moed niet laten zakken en de menselijkheid van een ander herkennen.
Diana Vernooij plaatst teksten van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen van Jezus in Mattheus.
– – –
“Ik heb een vriend, die altijd erg overtuigd is van zijn standpunten en graag de discussie aangaat. Zijn kinderen hebben een cartoon in de w.c. opgehangen (overigens de beste plek voor dit soort grapjes) en daarop staat: “Met het ouder worden veranderen wel mijn standpunten maar niet het feit dat ik gelijk heb”. Mijn vriend moet gelukkig zelf grinniken om de cartoon, en dat relativeert zijn gelijkhebberij.

Gelijk en geluk sluiten elkaar uit
Ooit moet een mens de keuze maken tussen gelijk en geluk. Wil je gelijk hebben of gelukkig worden?
Het sluit elkaar namelijk uit. Mensen die gelijk willen krijgen eisen meer. Ze willen een bevestiging van de buitenwereld. Wat is er aan om gelijk te hebben als niemand dat weet? Gelijk willen hebben is verslavend en je krijgt er eigenlijk nooit genoeg van.

Gelukkige mensen interesseert het niet of ze gelijk hebben. Ze zijn op iets anders gericht, een andere kwaliteit van leven, iets als blij zijn met hoe de dingen zijn, dankbaar voor wat je geschonken is in dit leven. Gelukkig mensen nemen wat je gegeven is niet zomaar voor gegeven. Het léven is ons gegeven. Yannic is ons gegeven, ons eigen leven is ons gegeven. Laten we dankbaarheid daarvoor oproepen. We hebben al wat ons in de schoot valt juist gekregen omdat we op de schouders van onze voorgangers staan. Zij hebben gewerkt en gestreden om dingen voor elkaar te krijgen – wij mogen dat niet zomaar onverschillig terzijde schuiven als vanzelfsprekend. Chantal vertelde dat Martine en zij zich ervan bewust zijn, dat zij dank zij de generatie feministen voor hen, als lesbische vrouwen samen een gezin kunnen stichten en daarin geaccepteerd worden door de wereld om hen heen. Zij hebben geluk – ze worden niet verleid om steeds weer het gelijk te bewijzen dat het echt wel kan, goede moeders zijn, als lesbisch stel.

Bij het verhaal dat we lazen staan de gelijkhebbers tegenover de gelukszoekers. Jezus spreekt de mensen aan die het geluk najagen, hij zorgt voor zieken en inspireert de buitengeslotenen van de maatschappij. De hogepriesters jagen het gelijk na. “Wie mag nu eigenlijk spreken namens God? Dat zijn toch zeker wij, de hogepriesters, en niet die mafkees uit Nazareth?”

Actie-reactiespiraal van geweld
Dat gelijkhebberij dicht bij het actie-reactiespiraal van geweld staat zien we al in het verhaal. De wijnbouwers zijn gewetenloos, zij willen niets van hun winst afstaan aan degene die de wijngaard gesticht heeft. Ze vermoorden de dienaren en de zoon van de eigenaar om zich de wijngaard toe te eigenen. Puur onrecht. Het is een verháál dat Jezus vertelt en hij vraagt de hogepriesters wat zij denken dat de eigenaar van de wijngaard zal doen met de pachters. Die antwoorden dan dat hij de pachters een ellendige dood zal laten sterven en de wijngaard aan anderen zal geven.

Jezus geeft zelf geen antwoord op zijn eigen vraag. Verrassend genoeg draait hij het perspectief van het verhaal om. Het blijkt een gelijkenis te zijn. Het blijkt over de hogepriesters zelf te gaan die hem niet erkennen. Hij zegt dat het Koninkrijk Gods de hogepriesters zal worden ontnomen en aan anderen gegeven.  In dat perspectief hebben de hogepriesters dus zwaar geoordeeld over zichzelf. Dat zit ze absoluut niet lekker. En zij zinnen op een moment om Jezus te pakken te nemen. De hogepriesters die op hun gelijk gericht zijn, zitten gevangen in een spiraal van geweld, en zullen doorgaan tot het gaatje, totdat Jezus aan dat kruis zal hangen en sterft.

Het zit in ons allemaal, de neiging het gelijk willen hebben voor het gelukkig zijn te laten gaan. Soms moeten we strijden voor rechtvaardigheid, krijgen we het niet in de schoot geworpen. Des te hardnekkiger het onrecht is, des te meer ligt de gelijkhebberij op de loer. Het is een menselijk patroon, dat gelijk willen hebben. Als je dat patroon níet kunt relativeren, als je gelijk hebben tot de meest betekenisvolle actie van je leven maakt, dan val je uit de liefde en kom je onherroepelijk in een spiraal van het geweld terecht.

Chantal verwees naar de vrouwen die voor haar gestreden hebben voor rechten die nu vanzelfsprekend zijn. Ik heb in mijn jonge jaren zo’n strijd voor autonomie als vrouw gestreden waar ik ook uit de bocht schoot. Het was in mijn radicale jonge jaren, zo’n 35 jaar geleden, dat ik inzag hoe afhankelijk ik van mannen was opgevoed. Ik raakte ervan overtuigd dat alle mannen onderdrukkers waren van vrouwen. Ik kon mij pas vrij maken, dacht ik, als ik de relatie met mijn vriend zou beëindigen. Ik vond dat ik het gelijk aan mijn zijde had, dus mijn vriend moest wel mijn onderdrukker zijn die ik beter kwijt dan rijk kon zijn. Dat ik daarmee een zachtaardige man onrecht deed, liet ik toen niet echt tot mij doordringen.

Geloof kent weinig nuances
Sommige mensen gaan nog verder in hun gelijkhebberij. Ze willen rücksichtloos andere mensen hun waarheid opdringen en degenen die zich niet laten bekeren omleggen. Jihad wordt het nu genoemd, en vroeger: beeldenstorm, inquisitie: ketterverbranding, kruistocht. Geloof is helaas een al te mooi voertuig voor de gelijkhebbers. Geloof kent weinig nuances, en is maar al te goed te combineren met compromisloos leven. God staat aan onze kant, we hebben alle recht om ten strijde te trekken. Ik moet meteen aan Bob Dylan denken, protestzanger en winnaar van de Nobelprijs voor literatuur:

The First World War, boys
It came and it went
The reason for fighting
I never did get
But I learned to accept it
Accept it with pride
For you don’t count the dead
When God’s on your side.

Oftewel: je telt de doden niet als God aan je zijde staat.
Daarom is het nodig om er een ander compromisloos religieus leven tegenover te zetten, een andere jihad, een andere inspanning. Een jihad die jou juist op het moment dat een ander jouw leven verwoest, laat zeggen: “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” Het is wat Mohammed El Bachiri doet. Altijd zal de liefde voor zijn vrouw, en de liefde die zij deelden het antwoord bepalen – en niet, nóóit de haat: “Liever sterven dan te haten!”, zegt hij.  Onrecht beantwoorden met liefdebetoon. Altijd.

Broertje of zusje van haat
Haat uit je hart bannen – nooit haat laten opkomen, nooit ook maar een broertje of zusje van haat laten opkomen: irritatie, woede, verontwaardiging. Nooit toestaan dat je dat gebeurt. En als het je toch gebeurt: het in liefde en zachtheid smoren én in relativering en humor. En ondertussen kritisch en radicaal blijven. Nee zeggen, het onrecht stoppen – zonder haat. Verder gaan vanuit het hart en de rede, met de liefde als onuitputtelijke grondstof.

De spiraal van geweld doorbreken, de actie-reactiepatronen van het geweld doorbreken, dat kan op vele onverwachte manieren. Jan, hier in De Duif, vertelde dat hij eens gebeld werd om een ruzie te sussen tussen 2 echtelieden. Als hij aankomt zijn zij aan het schreeuwen tegen elkaar en het huis is een bende van stukgegooid huisraad. Jan richt zich niet op de woorden, probeert niet partij te kiezen of tussen¬beide te komen maar pakt de stofzuiger en begint schoon te maken. Dat koelt de hele situatie af.

Haten en schreeuwen
Niemand zou het vreemd vinden als Mohammed El Bachiri zou haten en schreeuwen. Hij heeft recht van spreken en hij spreekt. Hij spreekt verpletterend en indrukwekkend. “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” “De ware jihadist zoekt naar kennis, doet zijn best om anderen te ontmoeten, ook als die daar niet voor openstaan. De jihadist laat de moed niet zakken, hij bewaart de glimlach en erkent de menselijkheid van de ander.”

Dus laat de moed niet zakken. Laat ons die radicale jihadist van de liefde eer bewijzen.
Laten we onze liefde bewaren.
Bewaar je glimlach, Yannic, als de zeeën je soms te hoog gaan.
Bewaar je glimlach Martine en Chantal, als de wereld zich tegen jullie, lesbische moeders keert.
Bewaar je glimlach lieve mensen hier in de Duif, wat je ook overkomt. En erken altijd de menselijkheid van de ander.

 – – – – – – –

Alle teksten rond deze overweging (PDF)

Recensies Een jihad van liefde: ‘De leesclub van alles’; NRC

Overwegingen 2017

‘De Avonden’

Op een regenachtige dag beland ik in een echte Amsterdamse kroeg in Amsterdam Oost met de illustere naam ‘De Avonden’. Natuurlijk hangt er aan de muur van het toilet een herinnering aan Gerard Reve’s beroemde boek. Let wel: op het toilet. Sommige mensen hebben Reve en zijn boeken daar bij leven al gewenst als vervanging voor toiletpapier. Maar dit is een voorblad van de VPRO gids, ingelijst en wel.

Huishoudelijke hulp
Het toilet is rijkelijk besproeid met chloor om het maar een hele dag én nacht fris te laten ruiken. Ik kom de deur uit en daar staat de huishoudelijke hulp die het allemaal zo schoon heeft gepoetst. Zij hijst zich in een oogverblindend blauwe poncho.
“Hé meid, neem toch een taxi”, zegt de barman gul, “Ik betaal!”
Ze zegt: “Ben je mal, iedereen moet gewoon fietsen door dit weer…”
Het antwoord is: ” Daar heb je ook weer gelijk in.”
Zo reutelen ze nog even zo door en intussen bestel ik een warme chocolademelk want het is guur en koud.

Reusachtig postuur
Bijna ongemerkt is er een in zich zelf mompelende man aan de bar komen zitten. Een vaste gast want de café latte staat zo klaar.
Opeens roept hij: “O daar heb je …!” De naam is niet te verstaan, maar degene die binnen komt is indrukwekkend. De aangekondigde persoon rommelt naar binnen. Hij heeft een reusachtig postuur en gaat vlak naast de in elkaar gedoken man zitten, waarbij de barkruk slechts één reusachtige bil draagt. De barman geeft de nieuwe gast onmiddellijk een kopje thee en zegt: “En zitten, hier!” op bevelende toon…

Doorzien
Ik ben benieuwd naar de geschiedenis van deze stamgasten met het café en met elkaar. Helaas moet ik naar mijn afspraak en maak de rest van de interactie niet mee. Ik begrijp nu waarom Simon Carmiggelt altijd in een café ging zitten voor zijn inspiratie voor Kronkels… Maar wellicht moet je dan in ‘de avonden’ langskomen om alles beter te doorzien.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Weemoed

Het loof valt af, de herfst is ingetreden,
weer tikken aan de vensters dikke droppen;
in brieven in vergeelde enveloppen
herlees je in een uur heel je verleden.

Je tijd verdoemd met lieve kleinigheden
wou je dat niemand aan je deur kwam kloppen;
je kunt je met zulk weer maar best verstoppen,
bij haardvuur peinzend, half in slaap gegleden.

Zo in mijn stoel verlies ik mij in dromen
van sprookjes uit de jaren die vervlogen,
terwijl de nevels het vertrek doorstromen;

dan hoor ik rokken, door de wind bewogen,
en zachte stappen in de kamer komen…
Weer voel ik koele handen op mijn ogen.

Mihai Emininescu (1850-1889) Vert. Jean Pierre Rawie

Binnendingen
In een vliegende storm – toch maar thuis gebleven – zit ik dit gedicht over te schrijven.
Al weer is het herfst en opeens zijn we naar binnen gedreven,  en dan ga je binnendingen doen. Zilver poetsen, meubels opwrijven, een boek lezen, oude spullen uitzoeken, herinneringen ophalen of  een nieuw recept uitproberen.
Met lichte weemoed zie ik de bladeren van onze bomen vallen, ze worden met grote snelheid door de steeg en op het terras geblazen.

De familie mus dient zich aan voor het eten, aanvankelijk hadden we in deze zomer zo ’n stuk of acht kleine musjes en nu is het een veelvoud. Een zwerm strijkt neer om de havermout op te pikken, maar ze zijn ook even zo snel weer weg.
Een enkeling waagt zich buiten over het pas herstelde dijkje voor ons huis met de hand aan muts of capuchon. De buurman zit of hangt op zijn zeilboot, bang voor schade door de storm. Het filmhuis doet goede zaken, want wat moet je anders met dit weer.

Code Oranje
Het geeft ook rust zo’n dag, even geen prikkels van buiten af. Het is Code Oranje en daar doe je niks aan. Je hoeft niet te kiezen en je mag mijmeren over de dingen van het leven, even stilgelegd. In onze Westerse gereguleerde samenleving wordt je niet zo vaak bepaald door dingen van buitenaf, het weer bijvoorbeeld. Dat is in andere delen van de wereld heel anders. Maar ook wij zullen moeten wennen aan dit soort invloeden op ons leven. Een man uit St Maarten zei: “Ik wil mijn leven weer terug”. Weemoed en heimwee naar een leven van comfort en luxe, leven en niet overleven zoals nu.
Hoe gaat dat er voor ons uitzien in de komende jaren, anders, dat is zeker. Laten we elkaar maar vasthouden en helpen als het anders wordt.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Ik heb een droom

Wat wordt er toch veel gesproken over kerksluiting in Nederland, over de toekomst van de kerk of beter gezegd dat er geen toekomst is voor de kerk. De kerk is niet sexy, niet cool.
Gelukkig hoor ik ook dikwijls het tegengeluid dat meer gaat over geloof en dat dát nog lang niet uit de wereld is. Geloof in dat het beter kan gaan met de mensen, dat verschillen overbrugd kunnen worden, dat er mogelijkheden zijn om bij elkaar te komen en dat we met elkaar de angst voor de ander en het vreemde andere kunnen overwinnen.

Rijkdom
Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn tijd als dominee geen kerken hoef te sluiten, we hebben de rijkdom van twee mooie gebouwen die centraal staan in onze dorpen.
Ik heb een droom over de kerk van de toekomst, dat is een plek waar je je kunt voeden en inspireren, er zijn  allerlei activiteiten op spiritueel gebied en om de gemeenschap te versterken. Kerkgemeenschappen vloeien op een organische manier in elkaar over, mensen zoeken zelf hun plek en komen samen, hebben wat voor elkaar over, praktisch en in geestelijke zin. Kerken blijven zo in het centrum van de gemeenschap, alleen misschien  op de lange duur niet meer op zondagmorgen.

Het kan zijn dat de zondagsvieringen afvallen in de toekomst, maar dat we door de week wel samen een vesper vieren, een viering houden in het verzorgingshuis, van een gezamenlijke maaltijd genieten, boeken lezen, over de bijbel praten gekoppeld aan ons dagelijks leven, dansen, naar films en theater kijken in de kerk. Of naar muziek luisteren, zingen en projecten opzetten om in het dorp, dichtbij én veraf hulp te bieden.
De soos heeft wekelijks haar middag in de kerk, koren kunnen er zingen, verenigingen bij elkaar komen, activiteiten van het dorp krijgen er hun plek.

Gevraagd en ongevraagd steun
En de dominee dan?, is ook een vraag: dominees zullen nodig blijven om dat proces van gemeenschapsvorming te begeleiden, ze zijn dienstbaar aan de gemeenschap in pastorale begeleiding van mensen in de belangrijke fasen van hun leven bij vreugde en verdriet, bij ziek en zeer en rouw en trouw. Dominees hebben de mogelijkheid om na te denken over het leven, over de christelijke en religieuze waarden als liefde en rechtvaardigheid, overgave en waarheid. Waarden die wij in de samenleving goed kunnen gebruiken en die een verbindend element kunnen vormen. Dominees zijn verbonden met groepen mensen, ze kennen hen en volgen ze in hun leven. Ze mogen gevraagd en ongevraagd steun en hulp bieden aan de mens die dat nodig heeft en dan maakt het niet uit of je ( nog) lid van een kerk bent.

Het vertalen van woorden uit de Bijbel zal inclusief gebeuren, praktisch en toegespitst op het leven. Misschien is er behoefte aan leren over dat mooie boek. Dan is er altijd iemand in de buurt  met de kennis die vertaald wordt in de gewone taal van mensen. Dat is mijn droom voor de toekomst en ik leef het eigenlijk al samen met de gemeenschappen van Hoogkarspel en Westwoud.

Wat heerlijk als je droom werkelijkheid mag worden.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Maria

Op 15 augustus, op Maria Hemelvaart, lopen wij door een nat Utrecht naar het Catharijne Convent om de tentoonstelling over Maria de moeder van Jezus te bezoeken.

Voor een protestantse dominee blijkt het leven van Maria veel verrassingen op te leveren. Ik was altijd wel dol op Maria, maar wist er eigenlijk weinig van. Wij lazen thuis in ons gereformeerde gezin de Bijbel van kaft tot kaft en daarin werd Maria wel genoemd in de evangeliën, maar wij misten de overlevering van de katholieke traditie. Die informatie komt o.a. uit een apocrief (=verborgen)  boek, het  Proto-evangelie, en daarin wordt het leven, de afkomst  van Maria, haar moeder Anna en haar vader Joachim uitgebreid beschreven.

Prenten, schilderijen en beelden
Naast het zien van prachtige prenten, schilderijen en beelden van Maria, haar familie met name haar moeder Anna, is er veel te leren. Want er is ook een andere Drie-eenheid dan Vader , Zoon en Heilige Geest; een wat aardser geheel, en wel Anna te Drieën, grootmoeder Anna, moeder Maria en zoon Jezus. Ook dat was mij nog nooit verteld, ik kende wel de uitdrukking, maar wist niet wat het betekende.

Als een kind in een snoepwinkel heb ik het allemaal opgenomen, wat een rijkdom aan cultuur en wat een mooie vrouwelijke religieuze beelden waren daar te zien. Dat is toch weer iets wat ons protestanten allemaal onthouden is, mooie processies, vaandels en beelden en veel ‘toneel’. Als kind vond ik het wel fijn in de kerk, maar altijd erg saai. Alleen met het Heilig Avondmaal gingen de mensen de banken uit en werd er gelopen, maar wel met gezichten of er net iemand was overleden.

Muziek en theater
De blijdschap, muziek en een beetje theater mag wat mij betreft weer in de kerk. Daar is met de reformatie, die ook heel goede kanten heeft gehad, wel korte metten mee gemaakt. Maria leeft ook nog anders in mij. Eigenlijk had ik Maria moeten heten. In mijn familie komt de naam Maria veelvuldig voor. Alleen is het te danken aan onze huisarts die – toen ik een meisje bleek te zijn – een vrouwelijk alternatief bedacht voor de te vernoemen opa Marinus Cornelis Slot: Marina Cornelia.

Ik ben blij met mijn naam want ik ben een Marina avant la lettre, lang voordat Rocco Granata een hit maakte met het liedje ‘Marina’. Maar soms is het staan in een lange traditie ook wel mooi en de naam Maria heeft een speciale klank. Zij is het beeld van de vrouw in de kerk, de moederfiguur die zo dichtbij de mensen staat en veel voor mensen betekent.

Wees gegroet, Maria, ik heb opnieuw met jou kennis gemaakt, gij gezegende onder vrouwen.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

 

Op adem komen

Het hoge woord is er uit: ik ga volgend jaar met pensioen, bij dominees heet dat emeritaat, maar dat klinkt mij een beetje te deftig. Dat houd ik zo voor de officiële papieren want ik ga gewoon met pensioen. Na ruim 39 jaar betaald en onbetaald werken als directeur bij Streekcentrum en politie, trainer, manager bij de bus en woningcorporatie , verzorger van kinderen, voorganger in de Duif, commissaris van politie in het blauwe pak en dan 5 jaar dominee in de protestantse kerk ga ik recreëren.

Dat moeten mag eraf
In willekeurige volgorde van belangrijkheid ga ik een lekker dik boek achter elkaar uitlezen, tekenen en schilderen, van mijn vrouw genieten, samen naar musea en muziek, wandelen, reizen zonder gestoord te worden door het moeten.
Want nu doen we ook veel leuke dingen samen, maar er is toch altijd nog een overweging die af moet, een column moet worden geschreven, een afspraak voor huis- of ziekenbezoek moet worden gemaakt, een liturgie opgezet na overleg met deze en gene…
En ik doe het nog steeds met heel veel plezier. Maar dat moeten, dat mag er wel af.
Ik ben alleen heel benieuwd naar wat voor leven ik ga leiden. Wat ik nu echt leuk vind om te doen, want ik ken mijzelf vooral als werkend mens, altijd bezig, bedrijvig en in contact.

Nog één keer
Naar een eindpunt van werken toeleven en toegeven dat ik echt wil stoppen, dat alleen al geeft ontspanning, ik ben relaxter dan ooit. Dat is heerlijk…
Dat belooft veel voor mijn laatste jaar, ik ga nog een keer alle seizoenen meemaken in de kerk, de zomer, de herfst, de winter en de lente, nog een keer voorgaan op alle feest- en gedenkdagen, nog één keer een Startzondag organiseren…
En vooral ook een beetje rustig afbouwen want ik hoef niks meer waar te maken, naast al het werk dat ik gedaan heb, ben ik ook best wel een goede dominee geworden al zeg ik dat natuurlijk zelf en kunnen anderen daar heel anders over denken.

Ik stap uit een rijdende trein en zij gaan verder met een andere herder. Dat zal een vreemd gevoel geven, missen, verlies, afscheid, loslaten en ook vrijheid, ruimte, adem, lucht.
Nog één keer op zomervakantie en dan weer aan het werk, alles nog een keer, wel gek, hoor…

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Soms gaat er een luikje open

Op Pinksteren, een feest dat een beetje ongrijpbaar is,  maar waar ik wel altijd heel vrolijk van word, is mijn zwager toch nog plotseling overleden. Hij was al langer ziek en moest tot groot verdriet van mijn zus in oktober j.l. worden opgenomen in een verpleeghuis, maar niemand had verwacht dat hij nu zou gaan. Barmhartig in zijn slaap, dat wel.

Grote broer
Die zwager was een bijzondere zwager voor mij. Ik was 4 jaar toen mijn zus verkering kreeg met hem, dus eigenlijk kreeg ik er gewoon een grote broer bij. Een broer die met mij speelde, voetbalde en andere dingen dan  mijn eigen broer ooit met mij deed.  Achter op de brommer, wilde spelletjes, stoeien en zo.

Mijn oudste zus en hij waren eigenlijk altijd met mij op stap, zij was mijn tweede moeder  en zij beiden hebben op mij het ouderschap kunnen oefenen. En als zo iemand uit je leven verdwijnt, gaat er een luikje open. En de herinneringen buitelen over elkaar naar buiten. Onvoorstelbaar veel, ik wist niet dat ik dat allemaal heb meegemaakt met mijn zus en zwager.

Warme aandacht
Een paar dingen waren altijd wel belangrijk in mijn verhalen over hen zoals dat zij mij samen seksueel hebben voorgelicht en hoe ze altijd met mij gingen wandelen en op stap gingen naar leuke dingen. ( zelfs op zondag, want vroeger mocht ik niet zo veel op ‘de dag des Heren’). De grote ijsjes die ik van hem kreeg, zo groot had ik ze nog nooit gehad! En natuurlijk ook het verdriet wat er was, dat zijn ouders en mijn vader zo jong vlak achter elkaar overleden en dat hij zo goed kon troosten. Maar wat overheerst,  is de lol en de warme aandacht die we voor elkaar hadden.

Fijn is het dat er in verdrietige tijden toch zoveel moois terugkomt. Dat is nú een troost.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Droom, kind

Bij de doop van de kleine Seger Boersma in de Duif lazen we het gedicht/ lied ‘Droom kind’ van Paul van Vliet. Een prachtige aanmoediging om als kind, maar ook als volwassene te blijven dromen. Toen we erover zaten te praten wat we als kind hadden gedroomd, kwam er wonderlijk veel boven.

Weet jij nog veel van je kinderdromen of überhaupt droom je nog wel eens van iets moois, iets goeds?

Nakomertje
Toen ik klein was, droomde ik van buiten spelen, voetballen met mijn vader, wandelen. En gelukkig deden we dat ook, maar het was duidelijk, dat ik ruimte en vrijheid wilde. En dat is niet zo vreemd als je een nakomertje bent in een gezin met allemaal grote mensen in een klein stadsbovenhuis. En ik wilde naar school, dolgraag, want alle kinderen gingen naar  de kleuterschool en ik niet. Mijn moeder vertelde dat dat niet kon, want dat – begin jaren 50-  eerst de kinderen uit de grote gezinnen voor gingen. Later heb ik daar ernstig aan getwijfeld, maar ja misschien was het waar.

Ik droomde van een broertje of een zusje zoals zoveel kinderen, maar dat zat er bij ons niet meer in. Ik droomde van de beste vrienden zijn met dat grote meisje die altijd alles durfde. Later droomde ik van mezelf durven zijn, iemand worden! Dat  was heel wat om dat bewust te worden, want er waren altijd wel grote mensen om mij heen die vertelden wie ik was en wat ik moest  zijn.

Innerlijke stem
Ik draaide de knop om in het eerste jaar van mijn studie:  als je nu iemand wilt zijn, moet je het ook gaan doen, was de innerlijke stem die mij opriep om uit mijn schulp te kruipen. Dat is wat je wilt voor je kind, dat ze zichzelf vinden, dat ze hun dromen waar mogen maken, dat ze hun doelen bereiken binnen de mogelijkheden die hun gegeven zijn.

Ds. Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Gronding helpt om te voelen en te laten gaan

Gronding - onderdeel van het 'Grace'-model, beoefend in de Training 'Being with Dying', Upaya, USA

Voor het concrete begeleiden van mensen bij sterven leerden we het ‘Grace’-model. Iedere letter herinnert ons aan iets belangrijks. De ‘G’ staat voor ‘gronding’, stevig in je eigen lijf aanwezig zijn. ‘Plug-in’ noemde een van de begeleiders deze wijze van zitten.

Op de eerste dag van de training Being with Dying* werden we gevraagd wat we wilden achterlaten. Ik had niets achter te laten. Ik was al meer dan 5 weken onderweg. Ik had mijn verdriet gevoeld bij de lenteretraite, had als een blij ei langs de kust van Californië vakantie gevierd met mijn vriend Lars. Nu weer terug in Upaya was er niets dat me bezwaarde.

Ik had wel een wens: te voelen wat er te voelen viel. Ik verwachtte dat oud verdriet zich zou laten zien. De doden leven in ons en we zouden bij de dood en onze doden zijn de komende tijd. “Laat me het lef hebben te voelen wat in mij huist”, wenste ik. Ik heb geen dagelijkse praktijk met stervensbegeleiding, maar ik verwacht dat wat ik leer me zal helpen bij alle andere moeilijke situaties waar ik in terechtkom.

Er waren sessies, theorie (neuroscience en ethiek) en vooral ook veel praktijk. Oefeningen, groepjes en geleide meditaties. Vooral Tonglen-meditatie, het inademen van alle zwaarte en pijn en het uitademen van lichtheid en liefde. Dat is een effectieve manier om compassie te ontwikkelen voor wat ons neigt af te schrikken. Ik had het vaker gedaan en we pasten het toe op onze ervaringen met de dood. Ik was weer dicht bij verdriet om verlies dat nooit verdwijnt maar wel zachter en eigener wordt.

Voor het concrete begeleiden van mensen bij sterven leerden we het ‘Grace’-model. Iedere letter herinnert ons aan iets belangrijks. G van gronding**, stevig in je eigen lijf aanwezig zijn. ‘Plug in’ noemde een van de begeleiders deze wijze van zitten. Ik ging zitten met een rechte rug en plugde mijn zitbotjes in de stoel. Dat werkte. Niet overstrekt met een holle rug, niet gekromd hangend. Stevig in je eigen lijf aanwezig zijn en weten wat je gewaarwordingen zijn is nodig voor de R. Roep je intentie in herinnering. Waarom doe je wat je doet? Het is belangrijk te weten waarvoor je hier bent. Ik ben hier omdat ik alle aspecten van het leven wil onderkennen en ermee overweg wil kunnen gaan. Die intentie voelt sterk en motiverend. Als je je intentie weer weet, dan kun je naar de A: afstemmen op je eigen lijfelijke gewaarwordingen en emoties en op die van anderen. Als je de verschillende emoties herkent in je eigen lijf, dan kun je ook die van anderen aanvoelen. En dit bevreemdde me, er waren weinig emoties bij de verschillende oefeningen terwijl ik wel die van anderen kon herkennen. C: check de verschillende reacties en mogelijkheden, dan kun je kiezen hoe je wilt reageren. Dat is E: effectief handelen.

De meditaties leidden ons langs de dood, de dood van dierbaren en onze eigen dood. Beetje bij beetje gingen de meditaties dieper totdat we onze eigen dood helemaal doorleefden, een voor een het einde van alle verschillende zintuigen – althans, voor zover we ons dat konden voorstellen uiteraard.

Nee, er was geen angst of schrik, geen afkeer of weerstand. Geen gevoelens die opspeelden, geen heftig verdriet om de dood van anderen. Ze waren me wel nabij: mijn zus Marja en mijn moeder, mijn vriend Carl en vriendin Trees – als de belangrijkste mensen wiens sterven grote invloed hadden op mijn leven. Maar het bevreemde me dat er zo weinig te voelen viel aan eigen emoties. Anderen lieten hun tranen zien, hun onmacht of verdriet. Toch voelde ik me geen outsider van de training en zeker geen koele kikker. Een klein stemmetje in me zei: ‘het is de gronding’. Het stemmetje was zo klein dat ik het bijna verwaarloosde. Maar mijn verwondering was gewekt. Ik verwachtte emoties die verborgen waren, maar het bleek de gronding die nieuw was. De kracht ervan voelde ik net zo sterk door me heen golven als de kracht van mijn intenties. Ik zag ineens mijn patroon: beschouwen van en denken over mijn emotie, in plaats van deze lijfelijk doorvoelen. Gronding helpt om te voelen en te laten gaan en niet in het denken te blijven ronddolen. Ingeplugd in de aarde zijn geeft stabiliteit en kracht. Hangend in je stoel ben je reactief naar wat je overkomt. Rechtop met een holle rug ben je juist gespannen en te bepalend. Rechtop en ingeplugd, voelde ik, is er balans tussen ontvangen en reageren. Ik zit weinig rechtop. Het is mijn gewoonte om te wiebelen, dan weer eens onderuit afwachtend, dan weer gespannen overal op reagerend, mijn vingers verfrommelend.

Wat een ontdekking. Er is een houding die het juiste midden houdt. Die mij in het juiste midden houdt. Daar moest ik het de komende tijd maar eens mee doen.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’ |


*) BEING WITH DYING: The Professional Training Program for Clinicians in Compassionate Care of the Seriously Ill and Dying  has been dedicated to fostering a revolution in care of those who are seriously ill and those who are facing death.
This unique program provides clinicians with essential tools for taking care of dying people and people suffering from serious illness with skill and compassion, as well as sustaining resilience and dedication as they serve others.

– Roshi Joan Halifax, PhD Project Founder & Director


**) Gronding (ook wel aarden genoemd) is voor veel mensen een dagelijks ritueel om letterlijk steviger te staan, beter in balans te zijn en blijven en minder te worden beïnvloed door wat er om je heen gebeurt.