Cool?

Ik heb mezelf altijd wel cool gevonden. Ik keek niet op van een moord meer of minder toen ik bij de politie werkte, ik handelde grote verkeersongelukken af bij de bus, ik intervenieerde als er weer een of andere gek een buschauffeur in elkaar wilde slaan. Best  wel cool.

Maar nu is het alsof mij alles uit handen wordt geslagen: onze badkamer wordt verbouwd. Er komen een paar goedwillende en deskundige mannen binnen, ze slopen alles eruit, wat ik er ook uit wil hebben.

Ze fresen alles zo glad  mogelijk, nog meer stof, fijn stof wat overal gaat zitten. Zelfs mijn  laptop heb ik niet kunnen behoeden voor die fijne deken van stof die alles bedekt. Het hele huis zit onder het stof en wij erbij.

Schone kleren, hoezo, als je het aantrekt is het al weer vies.

En die mannen willen eten en koffie en ze nemen op een vriendelijke manier bezit van je huis. Heel veel boterhammen vliegen naar binnen, tot mijn verbazing eten ze de hele dag!

Lawaai en stof
De eerste dagen zijn overrompelend. Daarna komen ze binnen, doen een klus en gaan weer weg. En dan spreek ik nog niet over het lawaai dat geproduceerd wordt. Ik moet aan mijn overweging voor zondag werken, maar mijn hoofd zit vol lawaai en stof, ik ga vrijdagmiddag in arren moede bij een vriendin werken, maar ik mis mijn boeken, mijn naslagwerken. Het lukt niet. Dan maar de zaterdag aan het werk, de rust is weergekeerd, maar we moeten ook poetsen om het huis een beetje leefbaar te maken.

Zaterdag komt er toch wat uit mijn hoofd, hart en handen.

Verbouwingsstress
Maar dan is het zondag, de kamer waar mijn kleren in de kast hangen is wit bestoft, ik trek mijn zwarte broek aan, kan nergens mijn rode jasje vinden.  Heb ik dit? Ik ben anders op zondag gewend om vroeg op te staan en alles in alle rust voor te bereiden en nu loop ik als een kip zonder kop door het huis. We treden op met ons koor, de Nieuwe Westfriese Cantorij  in de viering en ik sta daar zonder muziekmap, vergeten door de verbouwingsstress!!! Wat zal ik blij zijn als het klaar is en we ons huis weer voor onszelf hebben. En ik heb nog meer bewondering gekregen voor mensen die met hun handen werken, die met grote vaart slopen en opbouwen tot er weer iets moois, iets nieuws staat. Dat is pas cool!

Ds Marina Slot

marinaslot@kpnmail.nl

Vrijheid

Vorige week overleed een bijzonder mens  en we hebben hem begraven.

Mpho Ntoane, een prachtige zwarte zuidafrikaan die in 1974 mijn leven binnenstapte, toen ik theologie studeerde in Kampen.

Hij kwam met zijn gezin naar Nederland om te promoveren, en schoof met  zijn charme en zijn lach, zijn vriendelijkheid en kennis voor ons bijna ongemerkt in die totaal witte studentengemeenschap. Hij maakte Kampen rijp voor de vele buitenlandse studenten die nog zouden volgen.

Toen ik dominee werd in Hoogkarspel en Westwoud was hij erbij en hij zei: ik ben zo blij dat je nu dominee bent geworden!!

Herinneringen
Eigen herinneringen buitelen door mijn hoofd:  het verhaal dat zijn opa door een leeuw was opgegeten! Of die keer dat hij rollend van de lach met  zijn vriend onze flat binnenkwam: de buschauffeur was de halte voorbijgereden, want hij had hen natuurlijk niet gezien in het donker. En dat was echt zo, want er waren in die tijd nog niet van die mooie verlichte bushokjes zoals nu.

Toen wij die avond ook nog bezig waren met de bloembakken op het balcon van Afrikaantjes te voorzien, kwamen ze helemaal niet meer bij van het lachen.

Dansen
Zijn afscheid heette ‘Viering van het  leven’  geheel in zijn stijl met een foto van een dansende Mpho op de liturgie. En wat kon hij dansen, moeiteloos, een en al muziek in zijn lijf,  prachtig! De verhalen maakten een compleet beeld van hem en zijn leven.

Twee uur lang vertelden velen over de mens die ons allen het gevoel heeft  kunnen geven dat hij naast je stond.

En ze leveren een consistent beeld op van een mens die altijd zijn leven in dienst  stelde van vrijheid, vrijheid voor Zuid Afrika, vrijheid voor mensen hier, mensen die net zoals hij door hun kleur opvallen in een samenleving die nog steeds dominant wit is. Een mens die met en dankzij  zijn eigen geschiedenis anderen heeft geholpen als pastor in de oude wijken van Rotterdam om zich te nestelen, om zich niet minder te voelen dan de witte buur, om met hun eigen geschiedenis in het reine te komen.

vrijheid verankerd
Iemand zei: Nelson Mandela heeft de vrijheid van mensen met alle kleuren beleidsmatig verankerd, Mpho heeft het geleefd hier in Rotterdam en hij heeft de gemeenschap gebouwd van mensen met al die verschillende achtergronden.

Hij heeft mensen bemoedigd, hoop gegeven, maar  hen ook naar zichzelf laten kijken. En dat allemaal vanuit het perspectief  van de liefde voor mensen en voor God. Een begrafenis met veel kleuren, heerlijk wat een mooie mensen bij elkaar, eerlijke verhalen en de lichtheid en vrolijkheid van de Zuidafrikanen, Surinamers, Kaapverdianen, hun muziek en gezang maakten die dag tot een echte viering.

In stromende regen
Zelfs op het moment dat we met ruim 400 mensen in de stromende regen op de  begraafplaats stonden en we niet verder mochten omdat de papieren niet in orde waren ( Hollandser kan niet), zelfs toen bleef de Surinaamse gemeenschap zingen en dansen en niemand had meer last van de regen.

Vrijheid en liefde gaan hand in hand en die beiden maken ons licht en vrolijk door alle donkere dagen heen.

Ds.Marina Slot                                                                            marinslot@kpnmail.nl

Preek doordeweek

WhatsApp dringt zich op, mijn rust en aandacht zijn voorbij.

‘Wil je wat voor mij doen?’ klinkt er een noodkreet door de cloud. ‘Mijn pinpas is kwijt en wil je de bank bellen, want er komt geen geld op mijn rekening. Ik heb ‘em al geblokkeerd.’ Dit om te voorkomen dat ze gelijk een preekJ van mij krijgt.
‘En mijn beltegoed is op. Misschien doet mijn Antilliaanse telefoon het nog….’ want zij is in Curaçao op vakantie.

Na enig rechercheonderzoek waar vooral moeders heel goed in zijn, kom ik te weten dat ze haar pas al 14 dagen geleden is verloren, dat hij is ingeslikt, gestolen of weggegooid met de bonnetjes van alle aankopen die ze voor haar vakantie heeft gedaan. En dat ook het Antilliaanse telefoontje het niet doet.

Ik bel de bank. De dame bij de bank zegt dat ze zelf moet bellen. Maar ja, ik hoef alleen maar ‘beltegoed’ te roepen en ik hoor een glimlach om haar mond.
’Ja’, zegt ze, ‘dat heb je dan.’
Ik herhaal en zeg: ‘Ja dat heb je dan.’

Ik zeg, nog steeds via WhatsApp: ‘Ik maak 50 euro over en dan kan snel duidelijk worden of er iets mis is.’
Dan is er tegenstribbelen,  de verlate nee-periode waar ik zóóó moe van wordt, maar dan krijg ik al snel een app: ‘Ja moeder.’

Na 2 seconden weer een app met de vraag: ‘we hebben dezelfde bank, dan moet het toch nú op mijn rekening staan?’ Ik meld dat het wel snel gaat, maar niet zo snel als zij denkt.

20 Minuten later. Een verbaasde app: ‘Het staat er op!’

Dan doet ook het Antilliaanse telefoontje het weer en eindelijk kan ik mijn preek kwijt, maar die is allang afgezwakt en minder puntig als in het begin.

Ik uit mijn verbazing, spreek uit levenservaring en overtuig haar dat alleen haar pas is geblokkeerd en zeker niet haar rekening. Daarin praat ik de dame van de bank na, want hierin reikt mijn kennis niet zover. Eindelijk komen we ook toe aan het gesprek over hoe haar vakantie was en de persoonlijke dingen.

De rust keert weer, er is contact en ik ben weer blij en gelukkig. Anderhalf uur stress verder en ik ben weer zo dol op haar!

Ds Marina Slot
marinaslot@kpnmail.nl

Bagage

Wat sleept een mens allemaal mee in zijn leven? Ik ben net verhuisd en dan weet je weer wat een boel spullen je hebt. Uit de krochten van het huis, komen dingen waarvan ik het bestaan niet meer kon vermoeden. Soms weet  ik ook niet meer waar het vandaan komt, van wie ik het gekregen heb, maar vaak komt er een verhaal boven, een ervaring met een mens of een groep mensen die ver in je verleden ligt.

Namen en gezichten doemen op en het filmpje begint.  En dat zijn leuke verhalen, minder leuke verhalen of verhalen die je liever vergeet.

Zo is het ook met de bagage die we innerlijk meedragen, bewust of onbewust. We weten wat we in onze mars hebben, zijn vaak trots op wijsheid en ervaring, kennis en inzicht. Zeggen tegen elkaar: ‘Nou, nou die heeft veel in zijn rugzak!” Het is eigenlijk je innerlijke CV die je zelf graag wilt vertellen aan anderen.  En soms straalt al dat moois ook af op je familie, je omgeving. Dan wil ik wel graag bij je horen vanwege je wijsheid en alles wat je naar mij meebrengt.

Maar het kan ook bagage zijn die je liever weg wilt stoppen, gevoelens van verdriet, boosheid, depressie, twijfel. En misschien weet je wel wie geholpen heeft om die gevoelens er in te stoppen. Ouders die geen van allen volmaakt zijn, docenten op school, familieleden die je ooit gekwetst of gekraakt hebben. En wat doe je daarmee met zulke bagage, want wegstoppen helpt vaak niet. Dan komt het op de meest onmogelijke momenten en plaatsen weer naar boven. Juist als je er geen controle over hebt. Of het spookt in je onderbewuste, je gaat naar dromen en er komt een heftigheid boven in jezelf die je misschien niet kent en ook niet wilt.

Met bagage is het zo dat je het het beste voorzichtig (en soms met hulp) uit kunt pakken, want je draagt het nu eenmaal bij je. En geen mens krijgt van zichzelf bewust levenslang.

Ds.Marina Slot
marinaslot@kpnmail.nl

Lied van het vogeltje

Ons laatste lied in de viering van die zondag was “Om liefde gaan wij een leven”. Het is éénstemmig en het zingt makkelijk mee.

Het wordt bij ons meestal achteraan in de viering geplaatst als mooi slot dat we met z’n allen zingen. Dat heeft een bijwerking: dan loop je dat nog een tijdje te zingen als de viering allang voorbij is. Je weet wel van het “vogeltje uit de bergen, wat zwoeg je dapper voort” (om wat ik uit de verte van liefde heb gehoord)…

Het vorige stuk over liederen eindigde met de vraag “Wat is jouw favoriete lied en waarom?” En Astrid kwam die ochtend naar mij toe. Ik kende haar van af en toe groeten en omdat ze na de viering weleens koffie schenkt. Een vrolijke kleurrijke aanwezige vrouw uit Zeist. Zij is al wat langer verbonden aan De Duif dan ik met mijn tweeënhalf jaar. Ze vertelde me over haar favoriete lied en welke gebeurtenis er voor haar aan verbonden is en liep toen naar haar jas. Later belde ik haar thuis op.

“Dit lied is mij heel dierbaar. We zongen dit toen onze dochter gedoopt werd, toen ze trouwde en toen zij stierf. Het was nog in de tijd dat De Duif in Buikslotermeer kerkte, toen hier een renovatie gaande was. Babette kwam uit Zeist en studeerde vol overgave geneeskunde in Amsterdam. En ze was op zoek naar een kerk en dat werd De Duif. Ik weet nog dat ze dit lied zo fijn vond, want dan belde ze mij op en zei “We hebben weer van het vogeltje gezongen, mam!”  In 2001 is Babette in De Duif gedoopt door Jos (Brink) en kort daarna trouwde ze met Jeroen: ook in De Duif en weer werd de dienst door Jos geleid. En ja, bij haar uitvaartdienst zongen we het opnieuw. En nog altijd zing ik dit lied graag eigenlijk ….”
“In 2003 kregen ze een zoontje, Ciske. Hij is nu alweer tien jaar. Babette volgde een opleiding tot forensisch arts bij de GGD en was in verwachting van hun tweede kindje. Dertig jaar was ze. Op een dag in mei 2005 kreeg zij hevige buikpijn. Ze heeft toen zelf de ambulance gebeld omdat ze zeker wist: hier is iets he-le-maal mis!”
Moeder en kind hebben het allebei niet gehaald. De oorzaak bleek een ongelooflijk snelle en dodelijke bacterie te zijn.
“Tijdens de uitvaart waren er echt overal bloemen, ook buiten op de gracht. Er was een haag gemaakt van heel veel mensen met bloemen.  En dit lied was opnieuw onderdeel van de dienst omdat zij het zo mooi vond. En op haar graf staat het ook geschreven: ‘Om liefde gaan wij een leven’”.
“Na een tijdje ben ik af en toe naar De Duif gekomen. Ik ben op mijn manier Babettes plekje gaan innemen in De Duif, waar zij altijd zo graag kwam. En het klinkt voor anderen misschien raar, maar het is voor mij nog altijd heerlijk om dit lied te zingen. En ook praten over Babette doe ik graag!”

Ik besef weer hoe groot en hoe diep liefde is en hoe een zogenaamd simpel lied zich door het verlies heen kan nestelen in de ziel van een mens. En hoe mooi en hoe goed dat ook kan zijn ondanks die onvoorstelbare pijn. Maar ook mijn eigen kleine belevenissen met ditzelfde lied over de liefde en het leven blijven voor mij waardevol. In het 3e couplet zingen we: Om iemand gaan wij een leven, wagen wij dood na dood, mijn liefde mijn reisgenoot…  Is het niet een geschenk om voor altijd een reisgenoot te hebben? Of er tegelijk één te zijn? Of er in God één te vinden? Ik blijf ook altijd zachtjes steken bij de woorden: “om alles ga ik dit leven, om alles of niets met jou”  Het zingt zo makkelijk maar daar staat niet zomaar iets. Voor mij gaat het over de stille liefde met een grote L die er voor iedereen is. En dat je door het vuur kunt gaan voor één mens omdat die gewoon zo ontzettend de moeite waard is en blijft. Zelfs als die persoon niet meer in levende lijve onder ons is. Maar dat ook jijzelf zo’n mens bent. En tja dat vogeltje in de bergen: wat een fijne regel om te zingen.

Thuis googelde ik de beginregel… Nou ja zeg! Ik kwam terecht bij de uitvaartliturgie van Jos Brink in augustus 2007 in De Duif… En misschien geen verrassing voor jullie, maar voor mij wel: daar was het lied van het vogeltje weer: als eerste, als openingslied. Hier is het laatste woord nog niet over gesproken. En dat allemaal door dat éne lied.

(Geplaatst met toestemming van Astrid Brugman)

Om liefde gaan wij een leven – Huub Oosterhuis / Herman Rouw

Om liefde gaan wij een leven, zeilen wij over de zee,
vliegen wij langs de hemel, om liefde gaan wij een leven
met licht en met donker mee.
Vogeltje van de bergen wat zwoeg je dapper voort ?
Om wat ik uit de verte van liefde heb gehoord.

Om liefde gaan wij een leven, graven diep in de nacht,
kruipen wij onder de hemel, om liefde gaan wij een leven
om weten en stille kracht.
Mensje, één van de velen, waar snelt je voetstap heen ?
Waar is te vinden dat ene, daar snellen mijn voeten heen.

 Om iemand gaan wij een leven, wagen wij dood na dood,
zwerven de verste wegen om jou, op hoop van zegen,
mijn liefde, mijn reisgenoot.
Dalen van zwarte aarde, bergen van hemelsblauw,
om alles ga ik dit leven om alles of niets met jou.

BRASA

Brasa. Dat  kregen wij van een hele grote donkere man in het dorpje Gunsi in Boven-Suriname, het binnenland  waar  de mensen nog leven volgens oude tradities en rituelen. Bert – zo heet hij, want heel veel donkere mensen hebben erg Hollandse namen zoals Bert en Wim – gaf ons een grote omhelzing (= Brasa) omdat  hij zo hard had gewerkt en alles af was, wat hij had willen doen die dag. Nu is dat met die grote hitte een hele prestatie, dus wij beantwoordden de brasa met veel enthousiasme. Wíj hadden alleen maar in de rivier gezwommen en ons vermaakt in het dorp. Bert is een man die graag brasa’s geeft, bij elke gelegenheid die zich maar voordoet, krijg je een brasa van hem, hij is een grote schat van een man. Een wonder om te ontmoeten. Hij wil ook het liefst dat iedereen in zijn omgeving het goed heeft. Hij vertelde dat zij met de mannen van het dorp en een enkele vrouw gingen bidden voor een zieke man. Aandacht en warmte uitstralen en de gemeenschap bouwen.

In het kindertehuis Tamara waar ik was en waar we met elkaar een kinderviering hebben gevierd, vroeg ik aan de kinderen: wat doe je voor iemand van wie je houdt? Omhelzen, zei één van de kleinste jongetjes, en dat terwijl hij niet vaak een omhelzing, een brasa zal krijgen.

Gelukkig weten kinderen vaak wel in zichzelf wat liefde is en wat liefde van je vraagt. Onder elkaar zoeken ze de warmte en de genegenheid als ze die van volwassenen niet krijgen.

Toen wij in het dorp van Bert kwamen op weg voor een ‘boswandeling’ door  het oerwoud kwam er een hele kleine oude vrouw op ons af met wijd open armen, ze omhelsde ons alle drie en we voelden ons welkom in het dorp. Bert zei later dat noch zijzelf, noch anderen weten hoe oud zij is. Maar zij leek voor ons een kleine engel met  zachte grijze krulletjes. Iemand die wijsheid en liefde uitstraalt en het ook kan geven.

Ik dacht: hoe zou het zijn als ik dat eens ga doen in Hoogkarspel en Westwoud, iedereen een brasa geven, een warme omhelzing. Wat zou het dan anders worden… Wie weet, komt het ervan.

Brood voor de eendjes

Bij de overweging van Henk Kemper op 6 maart 2014

“De dominee gooide het overgebleven brood van het avondmaal voor de eendjes, tot schrik van de katholieken onder ons.”

Zondag zongen we uit volle borst voor een volle kerk.  We hadden de oecumenische kerk De Regenboog bij ons te gast. 30 kerkleden versterkten onze gelederen voor een zondag en na afloop lunchen we met hen en wisselen onze ervaringen uit. 40 jaar oud is de oecumenische kerk, precies even oud als onze basisgemeenschap. 40 jaar geleden werd er één kerk neergezet in een nieuwbouwwijk in Leiden, een kerk door gereformeerden, hervormden en katholieken oecumenisch opgezet. Nog steeds is de kerk oecumenisch, hoewel de bisschop hier en daar een stokje voor heeft gestoken. Van rechts tot links is iedereen betrokken – en de lijn naar de institutionele kerken wordt gekoesterd. Heikel, spelen wij kerkje, of zijn we kerk?

Zaterdag zong ik nog uit volle borst op de begrafenisdienst van Doreen, een vroegere collega en vriendin. We werkten allebei voor de kerk, ik vanuit de katholieke vrouwengeloofbeweging en zij vanuit de zwarte vrouwengeloofbeweging, de womanistische beweging – zoals zij die noemde. Een kerk vol mensen, merendeel zwart, protestantse liederen en was swingende erbij vanuit evangelische zwarte hoek. Aruba, stond er als geboorteplaats op haar overlijdensbericht, dat wist ik niet. Zij was daar heel fel op: “Kijk eerst maar eens naar wie ik ben, voordat je gaat vragen waar ik vandaan kom.” Ik heb haar nooit gevraagd waar ze geboren was.

Scherpte in de gemeenschap, we hebben het nodig om elkaar scherp te houden. Tegelijk verwonden we elkaar met onze scherpte, met onze kritiek of met onze gevoeligheden. Kerk is met name daar waar je kwetsbaar bent, juist omdat het je allemaal zo aan het hart gaat.

Zon te over en kind te veel

Ik ben in Suriname, het land van de zon, de bloemen, de kleurrijke kleding, de vele verschillende culturen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Afro-Surinamers, Creolen, Indianen, Marrons noem maar op.

Ook het land van de verschillende religies: rooms-katholiek, evangelisch, joden, moslims, hindi, winti, natuurreligies en alles mag naast elkaar:  de synagoge staat naast de moskee. Het is het enige land in de wereld waar mensen zoveel respect hebben voor elkaars levensbeschouwing.

Maar respect voor het kind is heel anders hier dan bij ons. Op bezoek in kindertehuis Tamara treffen wij een functioneel ingericht gebouw aan met 19 kinderen, 15 begeleidsters, 2 maatschappelijk werksters, een kokkin en een jonge directrice.

De kinderen zijn voorzien van de eerste levensbehoeften, kleding, eten, een eigen bed en gaan naar school als ze daar aan toe zijn. Ze hebben elk hun eigen dramatische voorgeschiedenis en dat is af te lezen van hun koppies. Marleen en ik hebben voor elk kind een knuffel meegenomen, een Oennie (van Unicef) en een koffer vol  met  nieuw speelgoed van een van onze gemeenteleden in Hoogkarspel.

De kinderen zijn dolblij met de knuffels,  wildenthousiast over het speelgoed. Er wordt nauwelijks gezongen en weinig voorgelezen en de nadruk ligt op streng beleid. De straffen liegen er niet om. Strafregels schrijven, niet meedoen met een uitje. In onze ogen veel te zwaar.

In de gesprekken met vrouwen die we hier tegenkomen, horen we van de vrouwen dat ze zelf ook mishandeld zijn.

Tijdens een van onze taxiritten met onze vaste chauffeuse wordt zij gebeld, zij schreeuwt het uit, een jongen van 6 jaar is op straat aangetroffen met twee tassen kleren. Hij is bij haar vriendin gebracht. Dan vertelt ze dat zij ook door haar moeder op straat is gezet.. Wij horen de wanhoop in haar stem. Het raakt haar diep. We blijven op de hoogte en horen dat de ouders/verzorgers later bij de politie hun straatje schoonvegen en onze taxivrouw gelooft het net zo min als wij.

Suriname, een land om verliefd op te worden, op de zon, de mensen, de kleuren, de bloemen en planten, de vogels . Wij wonen 3 weken in de Arendstraat van Paramaribo en elke dag zweeft de arend boven ons hoofd. Het is een land in opbouw, in ontwikkeling, de ene keer meer succesvol als de andere keer. Als je jong ben, kan je als ondernemer hier flink wat bereiken. Een land wat je aantrekt en waar je af en toe van gruwt.

We hebben veel zon hier en heel veel stof tot nadenken!

Mijn boom

Als ik ’s morgens naar buiten kijk terwijl wij zitten te ontbijten, zie ik een boom. En niet zomaar een boom, ik zie een berkenboom. Hij staat in een binnenstadstuin en het is een bijzondere boom. Die boom geeft licht aan mij. Elke ochtend als de zon schijnt, is het alsof de bast van de boom licht geeft, het licht van de zon straalt vanaf de boom in mijn ogen. Ik  kan de zon nog niet zien, maar ik weet wel dat zij er is. Het is bijzonder om te zien, wat een uitstraling die boom heeft.

Een berk is een tengere boom en heel sterk. Die boom heeft  iets van oerkracht in zich. Het is de eerste boom die groeit dichtbij de koude Noordkaap in Noorwegen. Nou ja, groeien, het zijn maar hele kleine struikjes dan, maar het zijn kleine berkenbomen.

Zij kunnen veel aan. Veel koude, veel stenen in de grond. Veel weerstand en toch maar groeien. Dat vind ik mooi. Daarom ben ik zo gehecht aan die boom.

Ik weet dat het hoop geeft, een boom die groeit en bloeit, die bijna zelf licht geeft, die het licht van de zon verdubbelt. Ik wordt gelukkig van de zon, van het licht en die boom maakt mij blij; blij omdat de moed om te leven en om door  te gaan van die boom afstraalt.

En hoe wonderlijk is het dat veel mensen ook die grote moed hebben om over de stenen op hun pad heen te stappen. En hoe getergd en geteisterd ze worden door het leven, dat zij toch – ook als de zon niet schijnt- licht uitstralen en kracht geven aan anderen. Ik heb respect voor die mens, het ouderwetse woord eerbied is hier nog meer op zijn plaats. En elke dag kom ik zulke mensen tegen. Die vallen en weer opstaan, die door het leven struikelen of zwieren.

Mijn boom staat voor kracht die gevoed wordt door ….? De zon, het licht dat mensen bij je brengen, wellicht een geloof in dat je niet alleen bent, dat er altijd iemand is die je vergezelt. Als ik dat besef, welt er een lied in mij op ‘Altijd Aanwezige’ waarvan de tekst is geschreven door Simone Huisman*

Altijd Aanwezige, cirkel en kern van mijn leven
 jij trekt aan en omhult.
Ruimte van liefde nodig mij uit
om binnen te gaan

Als je dat bij mensen vindt,  is het heerlijk, als je dat bij de bron van Liefde ervaart, wordt het leven lichter. Als je durft te geloven dat die bron van Liefde altijd bij je en in je is, dan krijg je vanzelf moed om te leven en moed om te groeien.

“Een omheining, ruim genoeg om er je vleugels te kunnen uitslaan.”

cov20140202mg2Over de overweging van Marc van de Giessen, 2 februari 2014 –  Jarenlang vroegen we op de dag van de verkiezingen een gastvoorganger. Dat zou de verkiezingen minder beïnvloeden, dachten we. Nu ging Marc voor, een Duifse voorganger, en hij koos juist de verkiezing als zijn thema: de geschiedenis ervan in de kerk, de spelregels van de democratie in onze gemeenschap die als een omheining zijn. Die regels moeten niet te krap zijn. Hij gebruikte het beeld van de machtige arend die in een omheining terecht was gekomen waar hij zijn vleugels niet meer kon uitslaan. De spelregels in de gemeenschap moeten juist ruimte scheppen voor ieder lid om zijn vleugels te kunnen uitslaan.

Toen ik begon 23 jaar geleden als voorganger, waren er 12 kandidaten. Er mochten maximaal 10 kandidaten gekozen worden en het was spannend of ik daar bij zou horen. Tegenwoordig zijn we blij met onze 8 kandidaten en ze halen allemaal voldoende stemmen. 23 keer ben ik gekozen als voorganger: het klinkt niet avontuurlijk, alsof het wel een herhaling van zetten móet worden. Maar zo ervaar ik het niet. Ieder jaar een nieuwe keuze om het avontuur aan te gaan. Zelfs mijn voordrachtstekst voelt ieder jaar weer fris. Wat is het geheim van voorgaan De Duif?

In al die jaren waren er discussies in de gemeenschap over het oprekken van de grenzen. De voorgangers zijn vaak degenen die de voorzet geven: het kruisbeeld kon vervangen worden door andere symbolen, God kon als vrouw verbeeld worden, interreligieuze vieringen worden georganiseerd, en er is ook stilte in de kerk. Het is het vertrouwen dat speelruimte schept, een omheining die flexibel is. Open, zo ruim als je kunt. Je vleugels uitslaan, zo breed als goed voelt. Van koolmees tot arend uitgroeien. En het is de taak van de gemeente, een  omheining te maken die zo ruim is dat alle voorgangers er hun vleugels kunnen uitslaan.