Weemoed

Het loof valt af, de herfst is ingetreden,
weer tikken aan de vensters dikke droppen;
in brieven in vergeelde enveloppen
herlees je in een uur heel je verleden.

Je tijd verdoemd met lieve kleinigheden
wou je dat niemand aan je deur kwam kloppen;
je kunt je met zulk weer maar best verstoppen,
bij haardvuur peinzend, half in slaap gegleden.

Zo in mijn stoel verlies ik mij in dromen
van sprookjes uit de jaren die vervlogen,
terwijl de nevels het vertrek doorstromen;

dan hoor ik rokken, door de wind bewogen,
en zachte stappen in de kamer komen…
Weer voel ik koele handen op mijn ogen.

Mihai Emininescu (1850-1889) Vert. Jean Pierre Rawie

Binnendingen
In een vliegende storm – toch maar thuis gebleven – zit ik dit gedicht over te schrijven.
Al weer is het herfst en opeens zijn we naar binnen gedreven,  en dan ga je binnendingen doen. Zilver poetsen, meubels opwrijven, een boek lezen, oude spullen uitzoeken, herinneringen ophalen of  een nieuw recept uitproberen.
Met lichte weemoed zie ik de bladeren van onze bomen vallen, ze worden met grote snelheid door de steeg en op het terras geblazen.

De familie mus dient zich aan voor het eten, aanvankelijk hadden we in deze zomer zo ’n stuk of acht kleine musjes en nu is het een veelvoud. Een zwerm strijkt neer om de havermout op te pikken, maar ze zijn ook even zo snel weer weg.
Een enkeling waagt zich buiten over het pas herstelde dijkje voor ons huis met de hand aan muts of capuchon. De buurman zit of hangt op zijn zeilboot, bang voor schade door de storm. Het filmhuis doet goede zaken, want wat moet je anders met dit weer.

Code Oranje
Het geeft ook rust zo’n dag, even geen prikkels van buiten af. Het is Code Oranje en daar doe je niks aan. Je hoeft niet te kiezen en je mag mijmeren over de dingen van het leven, even stilgelegd. In onze Westerse gereguleerde samenleving wordt je niet zo vaak bepaald door dingen van buitenaf, het weer bijvoorbeeld. Dat is in andere delen van de wereld heel anders. Maar ook wij zullen moeten wennen aan dit soort invloeden op ons leven. Een man uit St Maarten zei: “Ik wil mijn leven weer terug”. Weemoed en heimwee naar een leven van comfort en luxe, leven en niet overleven zoals nu.
Hoe gaat dat er voor ons uitzien in de komende jaren, anders, dat is zeker. Laten we elkaar maar vasthouden en helpen als het anders wordt.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Ik heb een droom

Wat wordt er toch veel gesproken over kerksluiting in Nederland, over de toekomst van de kerk of beter gezegd dat er geen toekomst is voor de kerk. De kerk is niet sexy, niet cool.
Gelukkig hoor ik ook dikwijls het tegengeluid dat meer gaat over geloof en dat dát nog lang niet uit de wereld is. Geloof in dat het beter kan gaan met de mensen, dat verschillen overbrugd kunnen worden, dat er mogelijkheden zijn om bij elkaar te komen en dat we met elkaar de angst voor de ander en het vreemde andere kunnen overwinnen.

Rijkdom
Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn tijd als dominee geen kerken hoef te sluiten, we hebben de rijkdom van twee mooie gebouwen die centraal staan in onze dorpen.
Ik heb een droom over de kerk van de toekomst, dat is een plek waar je je kunt voeden en inspireren, er zijn  allerlei activiteiten op spiritueel gebied en om de gemeenschap te versterken. Kerkgemeenschappen vloeien op een organische manier in elkaar over, mensen zoeken zelf hun plek en komen samen, hebben wat voor elkaar over, praktisch en in geestelijke zin. Kerken blijven zo in het centrum van de gemeenschap, alleen misschien  op de lange duur niet meer op zondagmorgen.

Het kan zijn dat de zondagsvieringen afvallen in de toekomst, maar dat we door de week wel samen een vesper vieren, een viering houden in het verzorgingshuis, van een gezamenlijke maaltijd genieten, boeken lezen, over de bijbel praten gekoppeld aan ons dagelijks leven, dansen, naar films en theater kijken in de kerk. Of naar muziek luisteren, zingen en projecten opzetten om in het dorp, dichtbij én veraf hulp te bieden.
De soos heeft wekelijks haar middag in de kerk, koren kunnen er zingen, verenigingen bij elkaar komen, activiteiten van het dorp krijgen er hun plek.

Gevraagd en ongevraagd steun
En de dominee dan?, is ook een vraag: dominees zullen nodig blijven om dat proces van gemeenschapsvorming te begeleiden, ze zijn dienstbaar aan de gemeenschap in pastorale begeleiding van mensen in de belangrijke fasen van hun leven bij vreugde en verdriet, bij ziek en zeer en rouw en trouw. Dominees hebben de mogelijkheid om na te denken over het leven, over de christelijke en religieuze waarden als liefde en rechtvaardigheid, overgave en waarheid. Waarden die wij in de samenleving goed kunnen gebruiken en die een verbindend element kunnen vormen. Dominees zijn verbonden met groepen mensen, ze kennen hen en volgen ze in hun leven. Ze mogen gevraagd en ongevraagd steun en hulp bieden aan de mens die dat nodig heeft en dan maakt het niet uit of je ( nog) lid van een kerk bent.

Het vertalen van woorden uit de Bijbel zal inclusief gebeuren, praktisch en toegespitst op het leven. Misschien is er behoefte aan leren over dat mooie boek. Dan is er altijd iemand in de buurt  met de kennis die vertaald wordt in de gewone taal van mensen. Dat is mijn droom voor de toekomst en ik leef het eigenlijk al samen met de gemeenschappen van Hoogkarspel en Westwoud.

Wat heerlijk als je droom werkelijkheid mag worden.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Maria

Op 15 augustus, op Maria Hemelvaart, lopen wij door een nat Utrecht naar het Catharijne Convent om de tentoonstelling over Maria de moeder van Jezus te bezoeken.

Voor een protestantse dominee blijkt het leven van Maria veel verrassingen op te leveren. Ik was altijd wel dol op Maria, maar wist er eigenlijk weinig van. Wij lazen thuis in ons gereformeerde gezin de Bijbel van kaft tot kaft en daarin werd Maria wel genoemd in de evangeliën, maar wij misten de overlevering van de katholieke traditie. Die informatie komt o.a. uit een apocrief (=verborgen)  boek, het  Proto-evangelie, en daarin wordt het leven, de afkomst  van Maria, haar moeder Anna en haar vader Joachim uitgebreid beschreven.

Prenten, schilderijen en beelden
Naast het zien van prachtige prenten, schilderijen en beelden van Maria, haar familie met name haar moeder Anna, is er veel te leren. Want er is ook een andere Drie-eenheid dan Vader , Zoon en Heilige Geest; een wat aardser geheel, en wel Anna te Drieën, grootmoeder Anna, moeder Maria en zoon Jezus. Ook dat was mij nog nooit verteld, ik kende wel de uitdrukking, maar wist niet wat het betekende.

Als een kind in een snoepwinkel heb ik het allemaal opgenomen, wat een rijkdom aan cultuur en wat een mooie vrouwelijke religieuze beelden waren daar te zien. Dat is toch weer iets wat ons protestanten allemaal onthouden is, mooie processies, vaandels en beelden en veel ‘toneel’. Als kind vond ik het wel fijn in de kerk, maar altijd erg saai. Alleen met het Heilig Avondmaal gingen de mensen de banken uit en werd er gelopen, maar wel met gezichten of er net iemand was overleden.

Muziek en theater
De blijdschap, muziek en een beetje theater mag wat mij betreft weer in de kerk. Daar is met de reformatie, die ook heel goede kanten heeft gehad, wel korte metten mee gemaakt. Maria leeft ook nog anders in mij. Eigenlijk had ik Maria moeten heten. In mijn familie komt de naam Maria veelvuldig voor. Alleen is het te danken aan onze huisarts die – toen ik een meisje bleek te zijn – een vrouwelijk alternatief bedacht voor de te vernoemen opa Marinus Cornelis Slot: Marina Cornelia.

Ik ben blij met mijn naam want ik ben een Marina avant la lettre, lang voordat Rocco Granata een hit maakte met het liedje ‘Marina’. Maar soms is het staan in een lange traditie ook wel mooi en de naam Maria heeft een speciale klank. Zij is het beeld van de vrouw in de kerk, de moederfiguur die zo dichtbij de mensen staat en veel voor mensen betekent.

Wees gegroet, Maria, ik heb opnieuw met jou kennis gemaakt, gij gezegende onder vrouwen.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

 

Op adem komen

Het hoge woord is er uit: ik ga volgend jaar met pensioen, bij dominees heet dat emeritaat, maar dat klinkt mij een beetje te deftig. Dat houd ik zo voor de officiële papieren want ik ga gewoon met pensioen. Na ruim 39 jaar betaald en onbetaald werken als directeur bij Streekcentrum en politie, trainer, manager bij de bus en woningcorporatie , verzorger van kinderen, voorganger in de Duif, commissaris van politie in het blauwe pak en dan 5 jaar dominee in de protestantse kerk ga ik recreëren.

Dat moeten mag eraf
In willekeurige volgorde van belangrijkheid ga ik een lekker dik boek achter elkaar uitlezen, tekenen en schilderen, van mijn vrouw genieten, samen naar musea en muziek, wandelen, reizen zonder gestoord te worden door het moeten.
Want nu doen we ook veel leuke dingen samen, maar er is toch altijd nog een overweging die af moet, een column moet worden geschreven, een afspraak voor huis- of ziekenbezoek moet worden gemaakt, een liturgie opgezet na overleg met deze en gene…
En ik doe het nog steeds met heel veel plezier. Maar dat moeten, dat mag er wel af.
Ik ben alleen heel benieuwd naar wat voor leven ik ga leiden. Wat ik nu echt leuk vind om te doen, want ik ken mijzelf vooral als werkend mens, altijd bezig, bedrijvig en in contact.

Nog één keer
Naar een eindpunt van werken toeleven en toegeven dat ik echt wil stoppen, dat alleen al geeft ontspanning, ik ben relaxter dan ooit. Dat is heerlijk…
Dat belooft veel voor mijn laatste jaar, ik ga nog een keer alle seizoenen meemaken in de kerk, de zomer, de herfst, de winter en de lente, nog een keer voorgaan op alle feest- en gedenkdagen, nog één keer een Startzondag organiseren…
En vooral ook een beetje rustig afbouwen want ik hoef niks meer waar te maken, naast al het werk dat ik gedaan heb, ben ik ook best wel een goede dominee geworden al zeg ik dat natuurlijk zelf en kunnen anderen daar heel anders over denken.

Ik stap uit een rijdende trein en zij gaan verder met een andere herder. Dat zal een vreemd gevoel geven, missen, verlies, afscheid, loslaten en ook vrijheid, ruimte, adem, lucht.
Nog één keer op zomervakantie en dan weer aan het werk, alles nog een keer, wel gek, hoor…

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Soms gaat er een luikje open

Op Pinksteren, een feest dat een beetje ongrijpbaar is,  maar waar ik wel altijd heel vrolijk van word, is mijn zwager toch nog plotseling overleden. Hij was al langer ziek en moest tot groot verdriet van mijn zus in oktober j.l. worden opgenomen in een verpleeghuis, maar niemand had verwacht dat hij nu zou gaan. Barmhartig in zijn slaap, dat wel.

Grote broer
Die zwager was een bijzondere zwager voor mij. Ik was 4 jaar toen mijn zus verkering kreeg met hem, dus eigenlijk kreeg ik er gewoon een grote broer bij. Een broer die met mij speelde, voetbalde en andere dingen dan  mijn eigen broer ooit met mij deed.  Achter op de brommer, wilde spelletjes, stoeien en zo.

Mijn oudste zus en hij waren eigenlijk altijd met mij op stap, zij was mijn tweede moeder  en zij beiden hebben op mij het ouderschap kunnen oefenen. En als zo iemand uit je leven verdwijnt, gaat er een luikje open. En de herinneringen buitelen over elkaar naar buiten. Onvoorstelbaar veel, ik wist niet dat ik dat allemaal heb meegemaakt met mijn zus en zwager.

Warme aandacht
Een paar dingen waren altijd wel belangrijk in mijn verhalen over hen zoals dat zij mij samen seksueel hebben voorgelicht en hoe ze altijd met mij gingen wandelen en op stap gingen naar leuke dingen. ( zelfs op zondag, want vroeger mocht ik niet zo veel op ‘de dag des Heren’). De grote ijsjes die ik van hem kreeg, zo groot had ik ze nog nooit gehad! En natuurlijk ook het verdriet wat er was, dat zijn ouders en mijn vader zo jong vlak achter elkaar overleden en dat hij zo goed kon troosten. Maar wat overheerst,  is de lol en de warme aandacht die we voor elkaar hadden.

Fijn is het dat er in verdrietige tijden toch zoveel moois terugkomt. Dat is nú een troost.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Droom, kind

Bij de doop van de kleine Seger Boersma in de Duif lazen we het gedicht/ lied ‘Droom kind’ van Paul van Vliet. Een prachtige aanmoediging om als kind, maar ook als volwassene te blijven dromen. Toen we erover zaten te praten wat we als kind hadden gedroomd, kwam er wonderlijk veel boven.

Weet jij nog veel van je kinderdromen of überhaupt droom je nog wel eens van iets moois, iets goeds?

Nakomertje
Toen ik klein was, droomde ik van buiten spelen, voetballen met mijn vader, wandelen. En gelukkig deden we dat ook, maar het was duidelijk, dat ik ruimte en vrijheid wilde. En dat is niet zo vreemd als je een nakomertje bent in een gezin met allemaal grote mensen in een klein stadsbovenhuis. En ik wilde naar school, dolgraag, want alle kinderen gingen naar  de kleuterschool en ik niet. Mijn moeder vertelde dat dat niet kon, want dat – begin jaren 50-  eerst de kinderen uit de grote gezinnen voor gingen. Later heb ik daar ernstig aan getwijfeld, maar ja misschien was het waar.

Ik droomde van een broertje of een zusje zoals zoveel kinderen, maar dat zat er bij ons niet meer in. Ik droomde van de beste vrienden zijn met dat grote meisje die altijd alles durfde. Later droomde ik van mezelf durven zijn, iemand worden! Dat  was heel wat om dat bewust te worden, want er waren altijd wel grote mensen om mij heen die vertelden wie ik was en wat ik moest  zijn.

Innerlijke stem
Ik draaide de knop om in het eerste jaar van mijn studie:  als je nu iemand wilt zijn, moet je het ook gaan doen, was de innerlijke stem die mij opriep om uit mijn schulp te kruipen. Dat is wat je wilt voor je kind, dat ze zichzelf vinden, dat ze hun dromen waar mogen maken, dat ze hun doelen bereiken binnen de mogelijkheden die hun gegeven zijn.

Ds. Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Gronding helpt om te voelen en te laten gaan

Gronding - onderdeel van het 'Grace'-model, beoefend in de Training 'Being with Dying', Upaya, USA

Voor het concrete begeleiden van mensen bij sterven leerden we het ‘Grace’-model. Iedere letter herinnert ons aan iets belangrijks. De ‘G’ staat voor ‘gronding’, stevig in je eigen lijf aanwezig zijn. ‘Plug-in’ noemde een van de begeleiders deze wijze van zitten.

Op de eerste dag van de training Being with Dying* werden we gevraagd wat we wilden achterlaten. Ik had niets achter te laten. Ik was al meer dan 5 weken onderweg. Ik had mijn verdriet gevoeld bij de lenteretraite, had als een blij ei langs de kust van Californië vakantie gevierd met mijn vriend Lars. Nu weer terug in Upaya was er niets dat me bezwaarde.

Ik had wel een wens: te voelen wat er te voelen viel. Ik verwachtte dat oud verdriet zich zou laten zien. De doden leven in ons en we zouden bij de dood en onze doden zijn de komende tijd. “Laat me het lef hebben te voelen wat in mij huist”, wenste ik. Ik heb geen dagelijkse praktijk met stervensbegeleiding, maar ik verwacht dat wat ik leer me zal helpen bij alle andere moeilijke situaties waar ik in terechtkom.

Er waren sessies, theorie (neuroscience en ethiek) en vooral ook veel praktijk. Oefeningen, groepjes en geleide meditaties. Vooral Tonglen-meditatie, het inademen van alle zwaarte en pijn en het uitademen van lichtheid en liefde. Dat is een effectieve manier om compassie te ontwikkelen voor wat ons neigt af te schrikken. Ik had het vaker gedaan en we pasten het toe op onze ervaringen met de dood. Ik was weer dicht bij verdriet om verlies dat nooit verdwijnt maar wel zachter en eigener wordt.

Voor het concrete begeleiden van mensen bij sterven leerden we het ‘Grace’-model. Iedere letter herinnert ons aan iets belangrijks. G van gronding**, stevig in je eigen lijf aanwezig zijn. ‘Plug in’ noemde een van de begeleiders deze wijze van zitten. Ik ging zitten met een rechte rug en plugde mijn zitbotjes in de stoel. Dat werkte. Niet overstrekt met een holle rug, niet gekromd hangend. Stevig in je eigen lijf aanwezig zijn en weten wat je gewaarwordingen zijn is nodig voor de R. Roep je intentie in herinnering. Waarom doe je wat je doet? Het is belangrijk te weten waarvoor je hier bent. Ik ben hier omdat ik alle aspecten van het leven wil onderkennen en ermee overweg wil kunnen gaan. Die intentie voelt sterk en motiverend. Als je je intentie weer weet, dan kun je naar de A: afstemmen op je eigen lijfelijke gewaarwordingen en emoties en op die van anderen. Als je de verschillende emoties herkent in je eigen lijf, dan kun je ook die van anderen aanvoelen. En dit bevreemdde me, er waren weinig emoties bij de verschillende oefeningen terwijl ik wel die van anderen kon herkennen. C: check de verschillende reacties en mogelijkheden, dan kun je kiezen hoe je wilt reageren. Dat is E: effectief handelen.

De meditaties leidden ons langs de dood, de dood van dierbaren en onze eigen dood. Beetje bij beetje gingen de meditaties dieper totdat we onze eigen dood helemaal doorleefden, een voor een het einde van alle verschillende zintuigen – althans, voor zover we ons dat konden voorstellen uiteraard.

Nee, er was geen angst of schrik, geen afkeer of weerstand. Geen gevoelens die opspeelden, geen heftig verdriet om de dood van anderen. Ze waren me wel nabij: mijn zus Marja en mijn moeder, mijn vriend Carl en vriendin Trees – als de belangrijkste mensen wiens sterven grote invloed hadden op mijn leven. Maar het bevreemde me dat er zo weinig te voelen viel aan eigen emoties. Anderen lieten hun tranen zien, hun onmacht of verdriet. Toch voelde ik me geen outsider van de training en zeker geen koele kikker. Een klein stemmetje in me zei: ‘het is de gronding’. Het stemmetje was zo klein dat ik het bijna verwaarloosde. Maar mijn verwondering was gewekt. Ik verwachtte emoties die verborgen waren, maar het bleek de gronding die nieuw was. De kracht ervan voelde ik net zo sterk door me heen golven als de kracht van mijn intenties. Ik zag ineens mijn patroon: beschouwen van en denken over mijn emotie, in plaats van deze lijfelijk doorvoelen. Gronding helpt om te voelen en te laten gaan en niet in het denken te blijven ronddolen. Ingeplugd in de aarde zijn geeft stabiliteit en kracht. Hangend in je stoel ben je reactief naar wat je overkomt. Rechtop met een holle rug ben je juist gespannen en te bepalend. Rechtop en ingeplugd, voelde ik, is er balans tussen ontvangen en reageren. Ik zit weinig rechtop. Het is mijn gewoonte om te wiebelen, dan weer eens onderuit afwachtend, dan weer gespannen overal op reagerend, mijn vingers verfrommelend.

Wat een ontdekking. Er is een houding die het juiste midden houdt. Die mij in het juiste midden houdt. Daar moest ik het de komende tijd maar eens mee doen.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’ |


*) BEING WITH DYING: The Professional Training Program for Clinicians in Compassionate Care of the Seriously Ill and Dying  has been dedicated to fostering a revolution in care of those who are seriously ill and those who are facing death.
This unique program provides clinicians with essential tools for taking care of dying people and people suffering from serious illness with skill and compassion, as well as sustaining resilience and dedication as they serve others.

– Roshi Joan Halifax, PhD Project Founder & Director


**) Gronding (ook wel aarden genoemd) is voor veel mensen een dagelijks ritueel om letterlijk steviger te staan, beter in balans te zijn en blijven en minder te worden beïnvloed door wat er om je heen gebeurt.

Confirmation in de Lutherse Kerk in Denemarken

2017 mei Confirmation in Denemarken

De Confirmation is een belangrijke gebeurtenis in het leven van jonge mensen.

Onlangs waren wij op familiebezoek in Denemarken omdat wij uitgenodigd waren voor de Confirmation van een meisje van 13, de kleindochter van mijn schoonzus en zwager.
In de Lutherse kerk die een staatskerk is, is de Confirmation een belangrijke gebeurtenis in het leven van jonge mensen. Je zegt ‘ja’ tegen het geloof in Jezus Christus en je bereidt dat nauwgezet voor met de priester, de andere kinderen en natuurlijk je ouders.

Jongvolwassen
In een feestelijk versierde kerk waren 14 jonge mensen met hun familie en vrienden samen om dit feest te vieren.
Opvallend is, is dat veel meisjes al jongvolwassen vrouwen zijn en de jongens er nog klein en kinderlijk uit zien.
De jongeren worden na hun ‘ja’ gezegend door de priester en ze krijgen van haar een Bijbeltekst mee voor onderweg in hun leven.
Ontroerend om dat jonge spul zo plechtig bij elkaar te zien met de emotie als jouw kind, kleinkind, neefje of nichtje, vriendin of vriend aan de beurt is. Dan gaat de familie staan en vormt als het ware de beschermende kring die om je heen staat en voor je opkomt.
En het feest stopt niet bij de kerk, want er is van alles te vieren eerst in een restaurant met een uitgebreide lunch met speeches, liedjes en geschenken. Later nog in de familiekring met sandwiches en koffie voor degenen die nog een verre reis moeten maken.
Wij waren er vol van en niet alleen van al het eten. Ook van een hele dag Deens proberen te verstaan, praten in het Engels en een beetje Nederlands.

Ruime budgetten
Verbazing was er bij mij over de ruime budgetten van de kerken, er zijn meestal 2 of 3 priesters in een kerk, in de nieuwe wijken die gebouwd worden, wordt ook onmiddellijk een splinternieuwe kerk gebouwd.
En dan kom ik afgelopen zondag in de Lutherse kerk van Enkhuizen,
die deze maand afscheid neemt van haar mooie oude kerkje aan de Breedstraat. Een gemeenschap van Deense oorsprong, opgericht door zeelieden die in Enkhuizen zijn blijven hangen. Wat is het toch gek verdeeld in de wereld.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Sesshin II – Na twee weken ‘personal practise’

Leraar Norman Fischer: "Seeds of karma"...

“Seeds of karma”, noemt leraar Norman Fischer in deze sesshin de oprispingen zoals ik had met mijn irritatie. Alles wat in jou opkomt is gevolg van karma, een effect van wat je eerder deed of naliet.

Wat is nu eigenlijk de intentie van zen, vraag ik de leraar, Norman Fischer, aan het begin van de sesshin, hier in Upaya in Santa Fé. Ik begrijp het verschil tussen het waarnemen van de bewegingen van de geest, die ik in Vipassana leerde, en het naar je buik brengen van al je gedachten. Ik voel het verschil. Vipassana levert me scherpte op, inzicht in wat mijn geest allemaal tevoorschijn tovert. Op zijn best is mijn meditatie als een laserstraal, dwars door alle gemoeds- en geestesbewegingen. Nu ben ik wat onthand. Zen ben ik verleerd.

Na twee weken ‘personal practise’ is de sesshin gestart. Dat betekent verdubbeling van ochtend- en avondmeditatie, volledige stilte behalve de dagelijkse dharmatalk, en alle maaltijden in oriyoki-stijl. Dat wil zeggen, we eten in de zendo: wij in meditatiehouding en het eten wordt hoog gedragen binnengebracht en per persoon in onze bowls geserveerd, een voor een. Het is een heel ritueel met wat onwennigheid de eerste paar keren. Want alles is volgens een bepaalde orde. Hoe je je bowls uitpakt, neerzet, vult, wanneer je eet en hoe. Ook het schoonmaken van je bowls, lepel en eetstokjes gaat ceremonieel evenals het inpakken van je bowls. Het lukt me om de vereiste lotusbloem telkens mooi bovenop mijn pakje bowls gestrikt te krijgen.

Dankzij mijn knie, die ik niet teveel moet belasten, ben ik op een stoel gaan mediteren. Dat scheelt me een hele hoop pijn. Echt comfortabel wordt het natuurlijk niet-alledaags je 40 minuten stil moet zitten.

De eerste dag slaap afgewisseld met pijn. De dag erop wordt het helderder. Dan een dag waarin ik helemaal blij ben met alles, alles is perfect zoals het is. Onmiddellijk afgestraft met een dag vol irritatie en scepticisme. Mijn buurvrouw op de mat snift voortdurend. Mijn irritatie kon ik niet oplossen door mijn buurvrouw die eindeloos snifte, te vragen ermee te stoppen. We zijn immers stil en op onszelf. De irritaties in mijn buik laten zakken is als een ruitenwisser in de stromende regen, het werkt maar heel even. Ik neem toch maar weer mijn toevlucht tot de Vipassana en onderzoek het gevoel. De scherpte in de irritatie herken ik als oud zeer, en ik doorvoel mijn woede, herken oude pijn erin van niet gezien en gekend worden in wat ik nodig heb, en dan is het weggebrand. De heftigheid van de irritatie is weg. Als ik nu vraag om aandacht voor het sniffen, is het zonder ergernis. Sniffen is alleen maar afleidend. Meer niet.

We bestuderen een oude tekst: ‘Vasubandhu’s 30 verses’, aan de hand van het boek met uitleg en commentaar van Ben Connelly. Vasubandhu probeerde 13 eeuwen geleden al de Mahayana traditie te verzoenen met de Theravada, zoals ik nu de Zen met de Vipassana.

“Seeds of karma”, noemt Norman de oprispingen zoals ik had met mijn irritatie. Alles wat in jou opkomt is gevolg van karma, een effect van wat je eerder deed of naliet. Daar kun je niets aan doen. Maar er is een moment tussen de ervaring en je reactie, en daar ligt je vrijheid. Je kunt die oprispingen voelen en zo verwerken, zonder erin te geloven dat de buitenwereld moet veranderen. Reageer je je irritatie af met gevoel dat je in je recht staat, of verwerk je eerst je emotie en ga je dan pas naar die ander reageren? Daarin ligt het verschil van wijsheid.

De zes zintuigen (alle zintuigen inclusief het denken) transformeren, leert Vasubandhu, leidt tot onderscheidingsvermogen – je ziet scherper wat van jou is en wat van een ander. Verwerken van karma maakt dat je het algemeen menselijke in alles wat in je opkomt herkent. Wat ik ervaar, ervaren alle mensen telkens weer. Iedereen neigt erin de werkelijkheid te willen veranderen omdat die ons lijkt dwars te zitten, maar dat is  een illusie. Lijden is universeel en onze neigingen dus ook. Zo kan dit inzicht tot compassie leiden met alle levende wezens. En dat is precies de intentie van zen, krijg ik als antwoord van de leraar. Zen leidt tot compassie met jezelf en alle levende wezens. Ik ervaar het als een zachte kwetsbaarheid, die ik deel met iedereen.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenGronding helpt om te voelen en te laten gaan |

Een kruis langs de weg

Ik moet vanmorgen naar Enkhuizen en rijd langs de provinciale weg. Vlak voor het kruispunt waar ik altijd linksaf sla naar Hoogkarspel zie ik een klein natuurstenen kruis staan.

Monument
In de gauwigheid zie ik niet wat er op staat. Ik vermoed dat het voor een jong mens is die in het verkeer is omgekomen. Maar als ik het later opzoek, blijkt het een monument te zijn voor een jonge verzetsstrijder uit Venhuizen, Nico Broers 23 jaar oud. Achter dit kleine kruis en die paar woorden zit een persoonlijk verhaal van moed en levenslust maar ook van de dood in de ogen zien en sterven voor de vrijheid van anderen. De Passion langs de provinciale weg Hoorn-Enkhuizen!
Persoonlijke verhalen, daar gaat het om, want door die verhalen wordt de noodzaak om aan en voor vrede te werken helder.
Op 4 mei bij de dodenherdenking in de protestantse kerk op het Raadhuisplein in Hoogkarspel vertellen we die persoonlijke verhalen aan elkaar.

Kostbare vrede en vrijheid
Om stil te staan bij hoe kostbaar onze vrede en vrijheid is en hoeveel ( jonge) mensenlevens oorlog kost. Kom je daar ook om 19.00 u? Ook Nico Broers komt ter sprake om niet te vergeten.. Daarna gaan we met elkaar naar het monument om 2 minuten stil te staan bij de slachtoffers van toen en van nu.
In Westwoud is er ook een herdenkingsmoment in de protestantse kerk om 19.00 u. Omstreeks half 8 gaan de aanwezigen richting de Schalm en lopen vandaar naar het Heidens kerkhof naar het monument voor de stilte van 20.00 u.
Op dit kleine kerkhof liggen helaas drie slachtoffers begraven van geweld toen én nu: dr. Wytema, Hans Engel en Etienne de Boer. Gedenken om nooit te vergeten..

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl