De Hoge leraar

Ze was iets ouder dan haar eigen dochter nu, toen wij elkaar leerden kennen. Ik kreeg verkering met haar moeder en mocht meezorgen en meemoederen over twee jonge kinderen. Net van de universiteit af belandde ik in een gezin en dat was wennen. Want ik  was zelf redelijk opgevoed door ouders en oudere broer en zusters, maar om het zelf te doen, dat was nog een hele toer.
En nu staat ze daar: ze wordt geïnaugureerd als bijzonder hoogleraar, ze mag haar oratie houden om de stap te zetten naar het professoraat. Wat een bijzondere stap en wat zijn we allemaal trots op haar, haar moeder en vader, haar broer en ik ook.

De kunst van het lesgeven
Ze is helder, erudiet, kritisch, humoristisch en ze neemt ons allemaal mee in een ingewikkeld, wetenschappelijk verhaal. En  je hebt toch het idee dat je het snapt, dát is de kunst van het lesgeven die ze goed verstaat. Ik zie de spanning op haar gezicht als ze binnenkomt in de rij van hoogleraren in toga. Er zijn meer vrouwen bij dan in de tijd dat ik studeerde, maar nog niet zoveel als gewenst. Het zijn toch veel oudere grijze mannen. En dan ons meidje dat het gaat doen, die het gaat maken.

Als alles achter de rug is en haar dochter van 5 1/2 van de opvang komt en zich bij ons aansluit, wordt het vrolijk. Want wat kan je je goed verstoppen onder zo’n toga. Dat is het leukste spel van de dag. Zij is er aan gewend dat haar moeder ‘hoge leraar’ is en dat ze lesgeeft aan ‘grote kinderen’. Niet onder de indruk, vrij en speels racet ze door de gangen van de universiteit met haar vriendinnetje.

Identiteit
Wat zal er van haar worden, gaat ze hier ook in de toekomst komen met laptop en andere hulpmiddelen van deze tijd? Ze krijgt wel het goede voorbeeld, dat het heel gewoon is. En wat ook heel gewoon is, is dat alle kleuren, afkomsten en nationaliteiten daar rondwandelen. Hoezo Nederlanders en hun identiteit.

Daar  tussen al die jonge mensen is het heel gewoon dat je verschillend bent.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Door Liefde geleid?

Door Liefde gevormd?De tekst uit het leesrooster voor zondag 15 oktober is onder andere Psalm 23: De heer is mijn herder. Naar aanleiding van de viering van Bart-Jan van Gaart op 10 september verving Jonne Meij de woorden ‘God’ en ‘de Heer’ door het woord ‘Liefde’.
In haar overweging kijkt Jonne naar wat dat zegt en stelt vragen als: “Wanneer je je door de liefde laat leiden, hoe doe je dat dan, wat kies je en hoe herken je een ‘verkeerde’ keuze?” en: “Leiden we door middel van onze keuzes volledig onszelf? of worden we ook geleid?”

Door Liefde geleid?

Naar aanleiding van de viering van Bart-Jan van Gaart op 10 september verving Jonne Meij de ‘woorden ‘God’ en ‘de Heer’ door het woord ‘Liefde’.

Een maand geleden, op 10 september was ik hier, in De Duif bij de viering van Jan Meijer en Bart-Jan van de Gaart, met het thema: ’Zonder liefde ben je nergens’ .
Een mooie en inspirerende viering waarin woorden van Johannes én Augustinus werden aangehaald. De belangrijkste woorden van Johannes waren: “Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de
liefde komt van God. Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God. De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde.”
Vervolgens gingen we via de woorden van Augustinus een stap verder. Want, zo redeneerde die, als God liefde is, dan is het tegenovergestelde ook waar: dan is liefde God.
Augustinus stelde God daarmee gelijk aan de liefde.

Dat kan niet waar zijn
Mijn eerste reactie was: Dat kan niet waar zijn. Als God en liefde aan elkaar gelijk zijn, en daarmee inwisselbaar dan hoeven wij het niet meer over God te hebben. Dan praten wij in het vervolg gewoon met elkaar over de liefde.
Maar in diezelfde viering zat ook het uitdagende voorstel om eens een willekeurige bijbeltekst te nemen en het woord ‘God’ te vervangen door het woord ‘liefde’. Dat experiment ben ik in deze viering aangegaan. In Psalm 23, Jesaja 25 en de brief aan de Fillipenzen zijn de woorden God en Heer vervangen door het woord Liefde. Dat maakt deze viering tot een viering over de liefde en over hoe zij elk leven leidt.
Van de rijkdom die je van haar kunt ontvangen en over de armoede van hen die haar niet kennen. In alle teksten van vandaag, ook in de liederen, wordt de liefde in al haar verschijningsvormen,
bejubeld en geprezen. Van haar universele, allesomvattende grootsheid tot haar meer bescheiden menselijke voorkomen.

In psalm 23 wordt de liefde mijn herder. Een leider, beschermer, een leidraad die weet wat goed voor mij is en mij het allerbeste wil geven. Geloof en ervaar ik haar dan helpt ze mij om te leven, vrij en zonder angst.

De Liefde is mijn herder,
Zij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
Zij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van haar naam.

Op de liturgieavond ter voorbereiding op deze viering kon iedereen zich goed vinden in deze nieuwe versie. We ervaren de liefde als leidend. En Ja, de liefde voedt en ontspant en geeft vrede en nieuwe kracht… Had je alles maar de liefde niet, je had niets…
De liefde is voelbaar en onze intuïtie verteld ons waar ze is te vinden en waar niet. Waar zij aanwezig is en waar niet.. We kiezen onze vrienden en onze plaatsen op gevoel. We stemmen ons handelen af op onze naastenliefde. Het lijkt zo eenvoudig en vanzelfsprekend.
Maar er rijst ook de vraag ‘Hoe duiden we het vijandsbeeld in deze teksten?

Tegenpool
In alle drie teksten vinden we een tegenpool van de gelovigen: in psalm 23 worden zij aangeduid als ‘de vijand’. in Jesaja’s danklied zijn zij ‘De barbaren’, het ‘gewelddadige volk’ en ‘de velen’ in de Fillipenzen brief: die leven als vijand van Christus, de vleesgeworden zoon van de Liefde. Wiens God hun buik is, en die slechts gericht zijn op aardse zaken.
Allemaal mensen die de liefde niet kennen of zich van haar hebben afgekeerd. Uit gekwetstheid, woede of aards winstbejag.
Ik verwissel de woorden van Johannes: “ Iedereen die liefheeft is een kind van de Liefde, en kent de Liefde. Maar de mens zonder liefde kent de Liefde niet”. Kennelijk zijn er altijd al mensen geweest die de Liefde niet kennen.

Onze grootste angst: afwezigheid van de Liefde
Vijanden zijn het omdat zij niet vanuit liefde handelen. Dat boezemt ons angst in.
De afwezigheid van de liefde is wat wij het meeste vrezen. Zolang wij de liefde kennen en ervaren of toch in ieder geval op haar verborgen aanwezigheid durven vertrouwen, gaat het ons goed. Maar zodra wij aan de trouw van de liefde twijfelen en haar afwezigheid vrezen, worden wij bevangen door angst. Soms zonder dat wij ons er van bewust zijn.

Vanuit angst voor afwijzing, of vanuit het gevoel ‘niet goed genoeg te zijn’ voor de liefde, zoeken we troost in verleidingen die ons een direct gevoel van succes garanderen. Sigaretten, drank, drugs, geweld of, vaak voorkomend onder alle leeftijden: een scherm.
De tv, computer, tablet of de telefoon: ze leiden ons af van wat er te voelen is aan onzekerheid, angst, verdriet en eenzaamheid. En belangrijker: ze wijzen ons nooit af en laten ons nooit in de steek.

Filmpjes kijken
Laat me u een persoonlijke anekdote vertellen.
Een week of twee geleden barstte mijn dochter vlak voor haar bedtijd in huilen uit. Zij had haar huiswerk niet klaar en wilde dat nog afmaken. Maar het was hoog tijd en ik hield haar voor dat ze eerder had moeten beginnen. Nu had ze de hele middag filmpjes zitten kijken op haar telefoon. Ik vond het een goed leermoment voor haar en gaf niet toe.

Het huilen had echter een verontrustende toon. Het klonk anders dan anders, u herkent dat misschien… ik vond mijn dochter, hoe zal ik het zeggen, bijna in paniek. Ze wist niet wat ze met zichzelf aan moest. Ze bleek te worstelen met haar eigen onmacht om de verleiding van haar telefoon te weerstaan. Ze wist wel dat er huiswerk gemaakt moest worden, maar had haar telefoon niet weg kunnen leggen. De onmacht was haar eigenlijk te groot, ze kon er niet mee uit de voeten. Zij kan geen nee zeggen tegen haar telefoon en ze haat zichzelf erom.

Dit is een klein maar glashelder voorbeeld van de tegenkracht van de Liefde… De verleiding van de bevrediging op de korte termijn. Het maakt dat zij zich onvrij en klein voelt en dat zij met tegenzin naar school gaat en de neiging krijgt om zich terug te trekken. Haar mobiel is als een duveltje op haar schouder die al haar aandacht opeist.
“En waar is die stomme engel dan..!” riep ze in volle verontwaardiging uit.

Weinig lawaai
Door die vraag voelde ik me nogal aangesproken. Ik ben haar moeder maar ook de enige uit ons gezin die naar de kerk gaat. Hier moest ik toch een zinnig antwoord op kunnen geven! Ik hoorde mezelf zeggen: “Die engel zit wel op je andere schouder, ze maakt alleen niet zoveel lawaai… Ze is er, en om dat te ervaren hoef je alleen maar je aandacht te verleggen naar je andere schouder.”

De liefde roept niet, belooft niets, dringt zich niet op. De Liefde vraagt geen offer, beperkt jou niet, maakt jou niet klein. De liefde bevrijdt, ontspant, geeft lucht en ruimte. Zij herstelt het contact met onszelf en de ander.
Wanneer wij met onze aandacht gevangen zitten in een verslaving. Hoeven wij slechts onze blik te verleggen. Haal je aandacht weg bij de verleiding en durf de schijnbare leegte in te kijken… Geloof erin, vertrouw erop, het bevrijdt je uit je machteloosheid en geeft je de gelegenheid om de liefde te ontdekken in een van haar ontelbare verschijningsvormen.

Zo je de liefde wil kennen
Ik wil afsluiten met een uitspraak van Kahlil Gibran
“En zo je de Liefde wil kennen, tracht dan geen raadselen op te lossen.
Zie liever om je heen en je zult haar zien spelen met je kinderen.
En kijk naar de hemel; je zult haar zien wandelen in de wolk, haar armen uitstrekkend in de bliksem en neerdalend in de regen. Je zult haar zien glimlachen in de bloemen en haar handen zien
oprijzen en wuiven in de bomen.”

Dat mysterie, die eeuwige liefde en schoonheid, dat noem ik geloof ik toch graag God.

– – – – – – –
Vieringteksten, context rond deze overweging (PDF)

Overwegingen 2017

Je glimlach bewaren

Je glimlach bewaren - omslag orde van dienst

In de doopviering van Yannic Omloo lezen we teksten uit ‘Een jihad van liefde’ van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen in het evangelie volgens Mattheus.

Je glimlach bewaren, de moed niet laten zakken en de menselijkheid van een ander herkennen.
Diana Vernooij plaatst teksten van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen van Jezus in Mattheus.
– – –
“Ik heb een vriend, die altijd erg overtuigd is van zijn standpunten en graag de discussie aangaat. Zijn kinderen hebben een cartoon in de w.c. opgehangen (overigens de beste plek voor dit soort grapjes) en daarop staat: “Met het ouder worden veranderen wel mijn standpunten maar niet het feit dat ik gelijk heb”. Mijn vriend moet gelukkig zelf grinniken om de cartoon, en dat relativeert zijn gelijkhebberij.

Gelijk en geluk sluiten elkaar uit
Ooit moet een mens de keuze maken tussen gelijk en geluk. Wil je gelijk hebben of gelukkig worden?
Het sluit elkaar namelijk uit. Mensen die gelijk willen krijgen eisen meer. Ze willen een bevestiging van de buitenwereld. Wat is er aan om gelijk te hebben als niemand dat weet? Gelijk willen hebben is verslavend en je krijgt er eigenlijk nooit genoeg van.

Gelukkige mensen interesseert het niet of ze gelijk hebben. Ze zijn op iets anders gericht, een andere kwaliteit van leven, iets als blij zijn met hoe de dingen zijn, dankbaar voor wat je geschonken is in dit leven. Gelukkig mensen nemen wat je gegeven is niet zomaar voor gegeven. Het léven is ons gegeven. Yannic is ons gegeven, ons eigen leven is ons gegeven. Laten we dankbaarheid daarvoor oproepen. We hebben al wat ons in de schoot valt juist gekregen omdat we op de schouders van onze voorgangers staan. Zij hebben gewerkt en gestreden om dingen voor elkaar te krijgen – wij mogen dat niet zomaar onverschillig terzijde schuiven als vanzelfsprekend. Chantal vertelde dat Martine en zij zich ervan bewust zijn, dat zij dank zij de generatie feministen voor hen, als lesbische vrouwen samen een gezin kunnen stichten en daarin geaccepteerd worden door de wereld om hen heen. Zij hebben geluk – ze worden niet verleid om steeds weer het gelijk te bewijzen dat het echt wel kan, goede moeders zijn, als lesbisch stel.

Bij het verhaal dat we lazen staan de gelijkhebbers tegenover de gelukszoekers. Jezus spreekt de mensen aan die het geluk najagen, hij zorgt voor zieken en inspireert de buitengeslotenen van de maatschappij. De hogepriesters jagen het gelijk na. “Wie mag nu eigenlijk spreken namens God? Dat zijn toch zeker wij, de hogepriesters, en niet die mafkees uit Nazareth?”

Actie-reactiespiraal van geweld
Dat gelijkhebberij dicht bij het actie-reactiespiraal van geweld staat zien we al in het verhaal. De wijnbouwers zijn gewetenloos, zij willen niets van hun winst afstaan aan degene die de wijngaard gesticht heeft. Ze vermoorden de dienaren en de zoon van de eigenaar om zich de wijngaard toe te eigenen. Puur onrecht. Het is een verháál dat Jezus vertelt en hij vraagt de hogepriesters wat zij denken dat de eigenaar van de wijngaard zal doen met de pachters. Die antwoorden dan dat hij de pachters een ellendige dood zal laten sterven en de wijngaard aan anderen zal geven.

Jezus geeft zelf geen antwoord op zijn eigen vraag. Verrassend genoeg draait hij het perspectief van het verhaal om. Het blijkt een gelijkenis te zijn. Het blijkt over de hogepriesters zelf te gaan die hem niet erkennen. Hij zegt dat het Koninkrijk Gods de hogepriesters zal worden ontnomen en aan anderen gegeven.  In dat perspectief hebben de hogepriesters dus zwaar geoordeeld over zichzelf. Dat zit ze absoluut niet lekker. En zij zinnen op een moment om Jezus te pakken te nemen. De hogepriesters die op hun gelijk gericht zijn, zitten gevangen in een spiraal van geweld, en zullen doorgaan tot het gaatje, totdat Jezus aan dat kruis zal hangen en sterft.

Het zit in ons allemaal, de neiging het gelijk willen hebben voor het gelukkig zijn te laten gaan. Soms moeten we strijden voor rechtvaardigheid, krijgen we het niet in de schoot geworpen. Des te hardnekkiger het onrecht is, des te meer ligt de gelijkhebberij op de loer. Het is een menselijk patroon, dat gelijk willen hebben. Als je dat patroon níet kunt relativeren, als je gelijk hebben tot de meest betekenisvolle actie van je leven maakt, dan val je uit de liefde en kom je onherroepelijk in een spiraal van het geweld terecht.

Chantal verwees naar de vrouwen die voor haar gestreden hebben voor rechten die nu vanzelfsprekend zijn. Ik heb in mijn jonge jaren zo’n strijd voor autonomie als vrouw gestreden waar ik ook uit de bocht schoot. Het was in mijn radicale jonge jaren, zo’n 35 jaar geleden, dat ik inzag hoe afhankelijk ik van mannen was opgevoed. Ik raakte ervan overtuigd dat alle mannen onderdrukkers waren van vrouwen. Ik kon mij pas vrij maken, dacht ik, als ik de relatie met mijn vriend zou beëindigen. Ik vond dat ik het gelijk aan mijn zijde had, dus mijn vriend moest wel mijn onderdrukker zijn die ik beter kwijt dan rijk kon zijn. Dat ik daarmee een zachtaardige man onrecht deed, liet ik toen niet echt tot mij doordringen.

Geloof kent weinig nuances
Sommige mensen gaan nog verder in hun gelijkhebberij. Ze willen rücksichtloos andere mensen hun waarheid opdringen en degenen die zich niet laten bekeren omleggen. Jihad wordt het nu genoemd, en vroeger: beeldenstorm, inquisitie: ketterverbranding, kruistocht. Geloof is helaas een al te mooi voertuig voor de gelijkhebbers. Geloof kent weinig nuances, en is maar al te goed te combineren met compromisloos leven. God staat aan onze kant, we hebben alle recht om ten strijde te trekken. Ik moet meteen aan Bob Dylan denken, protestzanger en winnaar van de Nobelprijs voor literatuur:

The First World War, boys
It came and it went
The reason for fighting
I never did get
But I learned to accept it
Accept it with pride
For you don’t count the dead
When God’s on your side.

Oftewel: je telt de doden niet als God aan je zijde staat.
Daarom is het nodig om er een ander compromisloos religieus leven tegenover te zetten, een andere jihad, een andere inspanning. Een jihad die jou juist op het moment dat een ander jouw leven verwoest, laat zeggen: “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” Het is wat Mohammed El Bachiri doet. Altijd zal de liefde voor zijn vrouw, en de liefde die zij deelden het antwoord bepalen – en niet, nóóit de haat: “Liever sterven dan te haten!”, zegt hij.  Onrecht beantwoorden met liefdebetoon. Altijd.

Broertje of zusje van haat
Haat uit je hart bannen – nooit haat laten opkomen, nooit ook maar een broertje of zusje van haat laten opkomen: irritatie, woede, verontwaardiging. Nooit toestaan dat je dat gebeurt. En als het je toch gebeurt: het in liefde en zachtheid smoren én in relativering en humor. En ondertussen kritisch en radicaal blijven. Nee zeggen, het onrecht stoppen – zonder haat. Verder gaan vanuit het hart en de rede, met de liefde als onuitputtelijke grondstof.

De spiraal van geweld doorbreken, de actie-reactiepatronen van het geweld doorbreken, dat kan op vele onverwachte manieren. Jan, hier in De Duif, vertelde dat hij eens gebeld werd om een ruzie te sussen tussen 2 echtelieden. Als hij aankomt zijn zij aan het schreeuwen tegen elkaar en het huis is een bende van stukgegooid huisraad. Jan richt zich niet op de woorden, probeert niet partij te kiezen of tussen¬beide te komen maar pakt de stofzuiger en begint schoon te maken. Dat koelt de hele situatie af.

Haten en schreeuwen
Niemand zou het vreemd vinden als Mohammed El Bachiri zou haten en schreeuwen. Hij heeft recht van spreken en hij spreekt. Hij spreekt verpletterend en indrukwekkend. “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” “De ware jihadist zoekt naar kennis, doet zijn best om anderen te ontmoeten, ook als die daar niet voor openstaan. De jihadist laat de moed niet zakken, hij bewaart de glimlach en erkent de menselijkheid van de ander.”

Dus laat de moed niet zakken. Laat ons die radicale jihadist van de liefde eer bewijzen.
Laten we onze liefde bewaren.
Bewaar je glimlach, Yannic, als de zeeën je soms te hoog gaan.
Bewaar je glimlach Martine en Chantal, als de wereld zich tegen jullie, lesbische moeders keert.
Bewaar je glimlach lieve mensen hier in de Duif, wat je ook overkomt. En erken altijd de menselijkheid van de ander.

 – – – – – – –

Alle teksten rond deze overweging (PDF)

Recensies Een jihad van liefde: ‘De leesclub van alles’; NRC

Overwegingen 2017

In opdracht van God…?

In opdracht van God...? Omslag orde van dienst

Johannes de Doper doopte mensen. Deed hij dat uit zichzelf of in opdracht van God? 

Johannes de Doper doopte mensen. Deed hij dat uit zichzelf of in opdracht van God?
Die vraag stelde Jezus aan de priesters en de leiders van het volk. Jeffrey Leander nam die vraag onder de loep..
– – –
“Ergens las ik dat iemand tijdens zijn studie een boekje schreef en waarvan hij achteraf vond dat het gelukkig nooit de drukpers heeft gehaald. De titel van dat boekje was ‘Zeker weten’. Hij vertelt verder dat wanneer hij nu het boekje teruglees, hij zichzelf nauwelijks meer in de auteur herkent van twintig jaar geleden. Van de stelligheid, waarmee hij toen met de Bijbel in de hand van alles beweerde, is weinig meer over. De Bijbel heeft hij nog steeds vast, maar hij is hem inmiddels totaal anders gaan lezen.

De Bijbel is Gods woord, dat is mij altijd geleerd. Maar steeds vaker realiseer ik me dat dit nog weinig zegt over hoe ik de verhalen en teksten zou moeten interpreteren. Neem nu het Oude Testament. Eigenlijk een bizarre verzameling van teksten. Wat moet ik met verhalen, die je doen gruwelen als je ze voor het eerst leest? Valt een genocide in opdracht van God wel te verklaren of goed te praten? Of: mag ik dit gegeven wel zomaar wegstoppen? Er niet meer over hebben. God is rechtvaardig. Dus het zal wel kloppen dat complete steden, inclusief kinderen, worden uitgemoord. Gelukkig lees ik elders in de Bijbel dat God liefde is.

Richard Rohr
Bij het voorbereiden van deze viering kwam ik op internet de naam Richard Rohr tegen. Deze Amerikaanse Franciscaner monnik heeft ooit beweerd dat het belangrijkste is dat je een mens bent die door de Geest geleid wordt. Hij gelooft dat de Bijbel het Woord van God is in de woorden van mensen. God vertrouwt de menswording. God laat ons God zien en gebruikt dat als zijn woord. Daarom, zegt Rohr, is de tekst zelf als drie stappen vooruit, en twee stappen achteruit. Je hebt het te pakken, je raakt het kwijt, je hebt het te pakken, je raakt het kwijt…

Het is, zoals we daarstraks zongen, alsof je als een blinde langs de muur tast en struikelt op klaarlichte dag. Ik weet niet hoe het u vergaat als u een tekst leest uit het Oude Testament, maar als ik weer een preekbeurt heb in de Duif en een tekst uit het oude testament volgens het leesrooster ter hand neem, een tekst waarin dingen gebeuren uit naam van God of omdat God dat zegt, dan rijst bij mij soms de volgende vraag op: hoe zit het met al dat geweld in deze tekst? Nog erger, mensen doen heden ten dage nog steeds vreselijke dingen uit naam van God.
In zo’n God wil je toch niet geloven? Rohr beweert dat als er in de Bijbel staat: ’…De Heer zegt…’ dan is het niet de Heer die dat zegt, maar de schrijvers van de Bijbel.
Dit is geheel in de lijn van de onlangs overleden spraakmakende theoloog Harry Kuitert die zegt dat al het spreken over boven van beneden komt. Je kunt van deze quote vinden wat je wilt, maar als je door de eeuwen heen kijkt naar gebeurtenissen die uit naam van God hebben plaatsgevonden, dan kan ik me wel indenken dat Kuitert tot deze oneliner is gekomen.

Projectie van eigen gedrag
Mensen projecteren hun eigen bewustzijn op God om hun eigen slechte gedrag te rechtvaardigen, zegt Rohr. Tijdens een van de Leerhuis avonden over Augustinus is dit thema uitgebreid aan bod gekomen. Overigens een aanradertje om die te bezoeken. Maar dit terzijde. Zojuist lazen we in Ezechiël dat de Heer tegen hem sprak: ’…en alleen de mensen die zondigen, zullen sterven…’
Als ik Rohrs bewering volg, dan is het niet de Heer die sprak, maar Ezechiël zelf die daarmee zijn betoog kracht bij wilde zetten. Ezechiël wilde via God beweren dat je mensen niet om hun ‘zijn’ moet veroordelen, dat is niet aan ons. Wat mij betreft is het betoog van Ezechiël een aansporing om meer bewust te zijn van ons eigen gedrag. Dan valt zo’n tekst nog mee en neem je het niet zomaar voor waar, maar probeer je te ontdekken wat ermee bedoeld wordt.

Schuldgevoel en vergeving
Tijdens de voorbespreking van deze dienst hebben we geprobeerd de twee lezingen van vandaag op deze manier te begrijpen. De thema’s schuldgevoel en vergeving kwamen aan de orde. Hoe ga je om met het feit dat je Nee tegen een ander zegt als deze iets van je wilt. En hoe ga je om met het feit dat die ander Nee tegen jou zegt als je iets van die ander wilt. De lezing van Matteüs laat zien dat Nee zeggen of Nee gezegd worden eigenlijk helemaal niet zo erg is. Als je handelt vanuit je hart, vanuit liefde dan hoeft een Nee niet onverbiddelijk te zijn, maar kan het ruimte bieden voor een volmondig Ja. Als je je laat leiden door je ego, zoals de priesters en de leiders van het volk in de lezing van Matteüs, dan ga je de boel verkeerd uitleggen. Het gaat erom dat de Geest die zich geopenbaard heeft in de figuur Jezus, die leidraad is voor ons horen van het Woord van God. Dus het belangrijkste is dat je een mens bent die door de Geest geleid wordt, dat je je overgeeft aan de Geest. En voor mij is de Geest parallel aan de Liefde. En dan kun je vertrouwen op wat je hoort. En God weet, ontdek je dat de stelligheid die van een Bijbeltekst afstraalt, niet zo stellig is als dat het er staat en zal het boek van het begin van deze overweging wellicht een andere titel krijgen dan Zeker Weten.

Zwartrijden
Als laatste wil ik de volgende belevenis met u delen. Op een middag wilden Bart-Jan en ik met de trein naar Amsterdam. We parkeerden de auto bij station Spaarnwoude in Haarlem. Net als we de brugtrap wilden opklimmen om naar het perron aan de overkant te komen, zagen we de trein al aankomen rijden. Met een snelheid van jonge triatlonsprinters, renden we de trap op om vervolgens aan de overkant weer naar beneden te snellen. Helaas was de trein reeds gearriveerd en stond deze op het punt zijn deuren weer te sluiten. We gaven de moed niet op, omdat we de conducteur nog op het perron zagen staan die het fluitje al naar zijn mond dirigeerde. Op dat moment zag hij ons met verbeten blikken de betonnen trap afrennen en wachtte met fluiten. Hij wenkte ons snel in te stappen en buiten adem stonden wij bij hem in de coupéhal. ‘Och jee, nu zijn we zwartrijders’ was het eerste wat Bart-Jan nog snakkend naar adem en met angst in zijn ogen kon uitbrengen. Want tijd om onze OV kaart te laten scannen hadden we niet. En als reactie van de conducteur, vergezeld met een vette knipoog kregen we terug: ‘Het is toch leuk om een keer zwartrijder te zijn.’
Over schuldgevoel en vergeving gesproken.

– – – – – – –

Alle teksten rond deze overweging (PDF)

Overwegingen 2017

‘De Avonden’

Op een regenachtige dag beland ik in een echte Amsterdamse kroeg in Amsterdam Oost met de illustere naam ‘De Avonden’. Natuurlijk hangt er aan de muur van het toilet een herinnering aan Gerard Reve’s beroemde boek. Let wel: op het toilet. Sommige mensen hebben Reve en zijn boeken daar bij leven al gewenst als vervanging voor toiletpapier. Maar dit is een voorblad van de VPRO gids, ingelijst en wel.

Huishoudelijke hulp
Het toilet is rijkelijk besproeid met chloor om het maar een hele dag én nacht fris te laten ruiken. Ik kom de deur uit en daar staat de huishoudelijke hulp die het allemaal zo schoon heeft gepoetst. Zij hijst zich in een oogverblindend blauwe poncho.
“Hé meid, neem toch een taxi”, zegt de barman gul, “Ik betaal!”
Ze zegt: “Ben je mal, iedereen moet gewoon fietsen door dit weer…”
Het antwoord is: ” Daar heb je ook weer gelijk in.”
Zo reutelen ze nog even zo door en intussen bestel ik een warme chocolademelk want het is guur en koud.

Reusachtig postuur
Bijna ongemerkt is er een in zich zelf mompelende man aan de bar komen zitten. Een vaste gast want de café latte staat zo klaar.
Opeens roept hij: “O daar heb je …!” De naam is niet te verstaan, maar degene die binnen komt is indrukwekkend. De aangekondigde persoon rommelt naar binnen. Hij heeft een reusachtig postuur en gaat vlak naast de in elkaar gedoken man zitten, waarbij de barkruk slechts één reusachtige bil draagt. De barman geeft de nieuwe gast onmiddellijk een kopje thee en zegt: “En zitten, hier!” op bevelende toon…

Doorzien
Ik ben benieuwd naar de geschiedenis van deze stamgasten met het café en met elkaar. Helaas moet ik naar mijn afspraak en maak de rest van de interactie niet mee. Ik begrijp nu waarom Simon Carmiggelt altijd in een café ging zitten voor zijn inspiratie voor Kronkels… Maar wellicht moet je dan in ‘de avonden’ langskomen om alles beter te doorzien.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Wetboek van Gods-Recht

Wetboek vn Gods-Recht

Gods recht werkt anders dan ’s mensen-recht. Gods wetten zijn soms niet te volgen in de logica van ons, stervelingen. God kent andere uitgangspunten, is vergevingsgezind en trouw tot in eeuwigheid. Geen strafrecht dus, maar vergevingsgezindheid: Gods Goed-recht.

Over Jona die na het walvis-avontuur merkt dat God Ninevé niet straft. Dat stelt hém teleur. Maar Gods-recht werkt anders dan ’s mensen-recht.
Paulus schrijft aan de Galaten dat ze God moeten volgen en niet de nieuwlichters die teruggrijpen op oude Joodse wetten.
Gods wetten zijn soms niet te volgen in de logica van ons, stervelingen. God kent andere uitgangspunten, is vergevingsgezind en trouw tot in eeuwigheid. Geen strafrecht dus, maar Gods-Recht: vergevingsgezindheid. Henk Kemper over Gods Goed-recht. 
– – – – – – –
“Hebben jullie dat ook weleens, dat je in een bepaalde kring zegt dat je dirigent bent, dat je naar de kerk gaat. Naar een levende gemeenschap van mensen die het goede met de samenleving voor heeft. Heb je dan ook dat er in de ogen van de toehoorder een verbazing zichtbaar is. Die verbazing van “ach gut, hij weet niet beter.” Mensen vormen zich, meestal op basis van hun eigen inzichten een mening over je. Ze denken ook meteen iets van en over je.

Het begrijpen van God
De lezingen van vandaag maken het voor mensen die zeggen te geloven niet meteen gemakkelijk. Want het lijkt te gaan over het begrijpen van God. Iets dat voor ons, mensen, behoorlijk ongemakkelijk of zelfs onmogelijk kan lijken. Kúnnen wij God eigenlijk begrijpen? Of staat ons menselijk denken ons in de weg. Is Gods idee van recht voor de mens gelijk aan de manier over hoe wij daarover denken?
Voor ons is recht, recht en krom simpelweg krom.
In sommige Bijbelverhalen lijkt het recht dat God toepast in onze mensenogen krom. Hoe kán het dat God voor mensen opkomt die dat niet lijken te verdienen.
Neem nu dat verhaal van Jona. Het is overbekend. Vandaag lezen we het vervolg op het deel van het verhaal waarin Jona door God naar Ninevé wordt gestuurd. Jona heeft daar bepaald geen zin in en probeert zich te verstoppen voor God. Hij komt terecht op een boot. Tijdens zijn reis steekt een onbedaarlijke storm op en de bijgelovige zeelui verdenken Jona er van de oorzaak van de storm te zijn. Ze zetten hem overboord en Jona wordt verzwolgen door ‘een grote vis.’ Die spuwt hem uit en Jona gaat vervolgens toch op weg naar Ninevé waar hij de mensen vertelt over Gods grote daden, over de zonden die de mensen begaan en de boete die zij zouden kunnen doen. Tot zijn verbijstering gaan mensen massaal over tot
boetedoening. Dat nu verteert God en hij voert zijn plan om Ninevé met de grond gelijk te maken niet uit. Van dat moment af pakken we in de lezing van vandaag de draad op. Er staat dat God zag dat de inwoners een einde maakten aan hun slechte gedrag. Hij kreeg medelijden en hij veranderde zijn plan. Hij had gedreigd de stad te verwoesten, maar Hij deed het niet.

Totale verwoesting
We lezen dat Jona daar heel kwaad over werd. Was hij helemaal naar die verdomde stad gegaan met het oogmerk weleens eventjes te laten horen hoe God over de daden van de inwoners dacht, met in het vooruitzicht gesteld de totale verwoesting, dóet God het niet.
Jona voelt zich misschien gebruikt en in de kou gezet. Hij daagt God uit en zegt wel te weten dat hij voor Jodokus was gezonden. Hij wist immers al
dat God een God is vol liefde en geduld. Trouw en er niet op uit mensen te straffen. Méént Jona wat hij hier zegt, of is het allemaal cynisme.
Hoe dan ook: God vraagt hem of hij een goede reden heeft om kwaad te zijn op een God die kiest voor het welzijn van mensen. Ook als dat gaat over mensen die tot inkeer zijn gekomen. We worden geconfronteerd met de wijsheid en rechtlijnigheid van mensendenken tegenover God-denken. Het mensenrecht van oog om oog en tand om tand, tegenover het denken in termen van: ze zijn tot inkeer gekomen. Ze verdienen een nieuwe
kans.
Het lijkt een manier van denken waarin je moet kunnen geloven. Je moet kunnen en durven geloven in een God die het beste met je voor heeft. Überhaupt moet je kunnen geloven in een God.
Zoals ik zo even al zei: soms word je meewarig aangestaard als je zegt in God te geloven. Ben je niet van deze wereld en zweef je er op los.
Zoals Jesaja al schrijft: “Als jullie mijn woorden belangrijk vinden, luister dan naar mij. De rest van het volk heeft een hekel aan jullie. Ze willen niets met jullie te maken hebben. Ze lachen jullie uit en zeggen: ‘De Heer moet maar eens laten zien hoe machtig hij is.” In de woorden van het lied dat wij zongen: Het zijn Niksers en Leeghoofden, zij die zeggen dat God niet bestaat. Het zijn mensen die de weg opbreken. Ze verwoesten het land. En niemand die nog raad weet.

Mooie dialoog
Een mooie dialoog die ontstaat in dat lied. Want God zelf komt aan het woord. Hij zegt:
“Hebben zij nog nooit van mij gehoord,
die aanstichters van dood, 
die mijn mensen verpatsen en vreten als brood,
die loochenen dat Ik ben die Ik ben, 
dat Ik bij name ken de minste der armen,
dat het mijn naam is een god van ontrechten zijn, 
dat zij wel sterk staan misschien,
maar mijn trouw en mijn toekomst duren het langst.”

En we zongen:
“In zijn verborgenheid, vanachter het licht,
houdt Hij zijn ogen hoopvol gericht
op de kinderen der mensen.
Hij zoekt of er nog één is,
waar ook, in welke uithoek, 
één die beter weet, opnieuw begint,
één kind dat durft,
één die zijn wortels uitstrekt naar de bron.”

Dát nu is het verhaal van Jona. Jona die vasthield aan een wraakzuchtige God. Een God die God niet wenst te zijn, zo blijkt. Jona wordt op zijn nummer gezet en krijgt te horen dat hij geen reden heeft kwaad te zijn op een God die zijn erbarmen toont. Jona kon God niet begrijpen. Hij zat vast in mensenredeneringen. Hij was boos. Terecht? Ik weet het niet. In elk geval was Gods waarheid, Gods oordeel en beoordeling anders dan zijn
oordeel. Want God redeneert anders. Oneindig trouw en liefdevol. Altijd vergevingsbereid.
En dat maakt God precies tot de God waarin we wensen te geloven. Is dat wishful thinking? De onlangs overleden theoloog Harry Kuitert zei: “Alles wat men spreekt over boven, komt van beneden.” Voor Kuitert leidde dat tot het idee dat mensen God hebben uitgevonden.
Zelfs tot het idee dat God niet bestaat. God is een uitvinding van mensen. Zelf vind ik de discussie of het Opperwezen God bestaat irrelevant. Want ons geweten maakt het de moeite waard om in God te geloven. Noem het geweten, of noem het verbondenheid. Of liefde. Feit is dat de liefde ís en dat die spreekt in ons geweten. Een diametraal andersdenkende theoloog was Henri Nouwen. Voor hem was niet de vraag: Ik ken God, maar was de vraag: Ik
hoop dat God mij wil kennen. Dat brengt ons naar het idee dat alles draait om de liefde.
God begrijpen: kan dat? Onze redeneringen gaan anders. God zet ons dan steeds op het verkeerde been. Liefde is de basis van alles. Liefde voor elkaar, voor God, voor gemeenschap en ook voor jezelf. Soms dreigt het mis te gaan in gemeenschappen. Daarover schrijft Paulus in zijn brief aan de inwoners van Galatië. Hij is teleurgesteld over de dingen die na zijn vertrek zijn gebeurd.

Terugtrekkende beweging
Want na zijn vertrek leek het gelovige volk een terugtrekkende beweging te maken naar oude Joodse gebruiken, onder invloed van optredende evangeliepredikers die probeerden het christelijke geloof te combineren met de Joodse wet. Paulus werpt de vraag op waarom de mensen nu luisteren naar anderen. God heeft hen de Heilige Geest gegeven en deed dat niet om mensen ertoe te bewegen te leven naar de Joodse wet. Hij zegt dat er weinig mensen nodig zijn om groepen in de war te brengen. En hij vraagt wie er voor gezorgd heeft dat mensen stopten met leven zoals God dat bedoelde. Zijn antwoord: God in elk geval niet.
Ja, de mensen krijgen onder uit de zak. En toegegeven, het is wat ordinair van Paulus als hij zegt dat mensen die graag over besnijdenis praten, dus de zuivere Joodse Wetten willen naleven, alles er dan maar moeten afsnijden. Hij bedoelt, denk ik, te zeggen dat we onze eigen, door Jezus aangereikte koers moeten behouden. Dat we ons kompas moeten blijven richten op de essentie van de wetten van God, voorgeleefd door Jezus. En dat gaat veel
verder dan slechts leven naar de letter, slechts naar de wet, maar dat doet een beroep op ons geweten, op ons verstand en op ons geloof. Wie alleen naar de letter van de Wet wil leven kan het denkgoed van Jezus dus wel afsnijden.

Wetboek van Gods-Recht
Voor op het boekje staat het thema: Wetboek van Gods-Recht.
Voorafgaand aan de totstandkoming van viering en boekje hebben Fred en ik altijd even contact en ik geef dan in enkele steekwoorden aan in welke richting ik denk, zodat Fred er weer een prachtige afbeelding bij zal vinden. Hij stelde mij de afbeelding van vandaag voor en schreef mij terug:
“In mijn associaties naar aanleiding van je woordenschets bleef ik uiteindelijk haken bij jouw uitspraak: “het idee dat Gods wetten soms niet te volgen zijn in de logica van ons, stervelingen. In deze -bekende- afbeelding staat de linker hersenhelft voor de plek waar onze rede zetelt: die van onze menselijke calculerende, berekenende, logica. De rechterhelft staat voor creativiteit.
“In de toepassing voor jouw thema vertaal ik dat laatste graag naar: de Veelkleurig Goddelijke, Alomvattende Wijsheid, Kennis en Liefde. Die gaat oneindig veel verder dan de zwart-grijs-witte logica van mensen, maar is in elk van ons in aanleg aanwezig.
In mijn optiek roept Jezus ons keer op keer op om juist die rechter hersenhelft, die het dichtst aanschuurt tegen wat hij Vader noemt, aan te spreken.
Die rechterhelft kan ons leiden om over onze aardse beslommeringen heen te kijken, beter begrip te hebben voor omstandigheden en kracht geven om over onze eigen (logische) schaduw heen te springen…
“Of is dat te ver gezocht en doorgeredeneerd?”, vroeg Fred mij.
Nee, dat is volgens mij niet te ver gezocht. Het lijkt mij dat Fred in samenvattende woorden de essentie heeft getroffen van wat ik naar voren wil brengen.

 – – – – – – –

Alle teksten rond deze overweging (PDF)

Overwegingen 2017

 

Weemoed

Het loof valt af, de herfst is ingetreden,
weer tikken aan de vensters dikke droppen;
in brieven in vergeelde enveloppen
herlees je in een uur heel je verleden.

Je tijd verdoemd met lieve kleinigheden
wou je dat niemand aan je deur kwam kloppen;
je kunt je met zulk weer maar best verstoppen,
bij haardvuur peinzend, half in slaap gegleden.

Zo in mijn stoel verlies ik mij in dromen
van sprookjes uit de jaren die vervlogen,
terwijl de nevels het vertrek doorstromen;

dan hoor ik rokken, door de wind bewogen,
en zachte stappen in de kamer komen…
Weer voel ik koele handen op mijn ogen.

Mihai Emininescu (1850-1889) Vert. Jean Pierre Rawie

Binnendingen
In een vliegende storm – toch maar thuis gebleven – zit ik dit gedicht over te schrijven.
Al weer is het herfst en opeens zijn we naar binnen gedreven,  en dan ga je binnendingen doen. Zilver poetsen, meubels opwrijven, een boek lezen, oude spullen uitzoeken, herinneringen ophalen of  een nieuw recept uitproberen.
Met lichte weemoed zie ik de bladeren van onze bomen vallen, ze worden met grote snelheid door de steeg en op het terras geblazen.

De familie mus dient zich aan voor het eten, aanvankelijk hadden we in deze zomer zo ’n stuk of acht kleine musjes en nu is het een veelvoud. Een zwerm strijkt neer om de havermout op te pikken, maar ze zijn ook even zo snel weer weg.
Een enkeling waagt zich buiten over het pas herstelde dijkje voor ons huis met de hand aan muts of capuchon. De buurman zit of hangt op zijn zeilboot, bang voor schade door de storm. Het filmhuis doet goede zaken, want wat moet je anders met dit weer.

Code Oranje
Het geeft ook rust zo’n dag, even geen prikkels van buiten af. Het is Code Oranje en daar doe je niks aan. Je hoeft niet te kiezen en je mag mijmeren over de dingen van het leven, even stilgelegd. In onze Westerse gereguleerde samenleving wordt je niet zo vaak bepaald door dingen van buitenaf, het weer bijvoorbeeld. Dat is in andere delen van de wereld heel anders. Maar ook wij zullen moeten wennen aan dit soort invloeden op ons leven. Een man uit St Maarten zei: “Ik wil mijn leven weer terug”. Weemoed en heimwee naar een leven van comfort en luxe, leven en niet overleven zoals nu.
Hoe gaat dat er voor ons uitzien in de komende jaren, anders, dat is zeker. Laten we elkaar maar vasthouden en helpen als het anders wordt.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Ik heb een droom

Wat wordt er toch veel gesproken over kerksluiting in Nederland, over de toekomst van de kerk of beter gezegd dat er geen toekomst is voor de kerk. De kerk is niet sexy, niet cool.
Gelukkig hoor ik ook dikwijls het tegengeluid dat meer gaat over geloof en dat dát nog lang niet uit de wereld is. Geloof in dat het beter kan gaan met de mensen, dat verschillen overbrugd kunnen worden, dat er mogelijkheden zijn om bij elkaar te komen en dat we met elkaar de angst voor de ander en het vreemde andere kunnen overwinnen.

Rijkdom
Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn tijd als dominee geen kerken hoef te sluiten, we hebben de rijkdom van twee mooie gebouwen die centraal staan in onze dorpen.
Ik heb een droom over de kerk van de toekomst, dat is een plek waar je je kunt voeden en inspireren, er zijn  allerlei activiteiten op spiritueel gebied en om de gemeenschap te versterken. Kerkgemeenschappen vloeien op een organische manier in elkaar over, mensen zoeken zelf hun plek en komen samen, hebben wat voor elkaar over, praktisch en in geestelijke zin. Kerken blijven zo in het centrum van de gemeenschap, alleen misschien  op de lange duur niet meer op zondagmorgen.

Het kan zijn dat de zondagsvieringen afvallen in de toekomst, maar dat we door de week wel samen een vesper vieren, een viering houden in het verzorgingshuis, van een gezamenlijke maaltijd genieten, boeken lezen, over de bijbel praten gekoppeld aan ons dagelijks leven, dansen, naar films en theater kijken in de kerk. Of naar muziek luisteren, zingen en projecten opzetten om in het dorp, dichtbij én veraf hulp te bieden.
De soos heeft wekelijks haar middag in de kerk, koren kunnen er zingen, verenigingen bij elkaar komen, activiteiten van het dorp krijgen er hun plek.

Gevraagd en ongevraagd steun
En de dominee dan?, is ook een vraag: dominees zullen nodig blijven om dat proces van gemeenschapsvorming te begeleiden, ze zijn dienstbaar aan de gemeenschap in pastorale begeleiding van mensen in de belangrijke fasen van hun leven bij vreugde en verdriet, bij ziek en zeer en rouw en trouw. Dominees hebben de mogelijkheid om na te denken over het leven, over de christelijke en religieuze waarden als liefde en rechtvaardigheid, overgave en waarheid. Waarden die wij in de samenleving goed kunnen gebruiken en die een verbindend element kunnen vormen. Dominees zijn verbonden met groepen mensen, ze kennen hen en volgen ze in hun leven. Ze mogen gevraagd en ongevraagd steun en hulp bieden aan de mens die dat nodig heeft en dan maakt het niet uit of je ( nog) lid van een kerk bent.

Het vertalen van woorden uit de Bijbel zal inclusief gebeuren, praktisch en toegespitst op het leven. Misschien is er behoefte aan leren over dat mooie boek. Dan is er altijd iemand in de buurt  met de kennis die vertaald wordt in de gewone taal van mensen. Dat is mijn droom voor de toekomst en ik leef het eigenlijk al samen met de gemeenschappen van Hoogkarspel en Westwoud.

Wat heerlijk als je droom werkelijkheid mag worden.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

Maria

Op 15 augustus, op Maria Hemelvaart, lopen wij door een nat Utrecht naar het Catharijne Convent om de tentoonstelling over Maria de moeder van Jezus te bezoeken.

Voor een protestantse dominee blijkt het leven van Maria veel verrassingen op te leveren. Ik was altijd wel dol op Maria, maar wist er eigenlijk weinig van. Wij lazen thuis in ons gereformeerde gezin de Bijbel van kaft tot kaft en daarin werd Maria wel genoemd in de evangeliën, maar wij misten de overlevering van de katholieke traditie. Die informatie komt o.a. uit een apocrief (=verborgen)  boek, het  Proto-evangelie, en daarin wordt het leven, de afkomst  van Maria, haar moeder Anna en haar vader Joachim uitgebreid beschreven.

Prenten, schilderijen en beelden
Naast het zien van prachtige prenten, schilderijen en beelden van Maria, haar familie met name haar moeder Anna, is er veel te leren. Want er is ook een andere Drie-eenheid dan Vader , Zoon en Heilige Geest; een wat aardser geheel, en wel Anna te Drieën, grootmoeder Anna, moeder Maria en zoon Jezus. Ook dat was mij nog nooit verteld, ik kende wel de uitdrukking, maar wist niet wat het betekende.

Als een kind in een snoepwinkel heb ik het allemaal opgenomen, wat een rijkdom aan cultuur en wat een mooie vrouwelijke religieuze beelden waren daar te zien. Dat is toch weer iets wat ons protestanten allemaal onthouden is, mooie processies, vaandels en beelden en veel ‘toneel’. Als kind vond ik het wel fijn in de kerk, maar altijd erg saai. Alleen met het Heilig Avondmaal gingen de mensen de banken uit en werd er gelopen, maar wel met gezichten of er net iemand was overleden.

Muziek en theater
De blijdschap, muziek en een beetje theater mag wat mij betreft weer in de kerk. Daar is met de reformatie, die ook heel goede kanten heeft gehad, wel korte metten mee gemaakt. Maria leeft ook nog anders in mij. Eigenlijk had ik Maria moeten heten. In mijn familie komt de naam Maria veelvuldig voor. Alleen is het te danken aan onze huisarts die – toen ik een meisje bleek te zijn – een vrouwelijk alternatief bedacht voor de te vernoemen opa Marinus Cornelis Slot: Marina Cornelia.

Ik ben blij met mijn naam want ik ben een Marina avant la lettre, lang voordat Rocco Granata een hit maakte met het liedje ‘Marina’. Maar soms is het staan in een lange traditie ook wel mooi en de naam Maria heeft een speciale klank. Zij is het beeld van de vrouw in de kerk, de moederfiguur die zo dichtbij de mensen staat en veel voor mensen betekent.

Wees gegroet, Maria, ik heb opnieuw met jou kennis gemaakt, gij gezegende onder vrouwen.

Ds.Marina
marinaslot@kpnmail.nl

 

Marina Slot in 2018 met emeritaat

Gisteren heb ik in de liturgievergadering aangekondigd dat ik mij volgend jaar niet meer verkiesbaar stel als voorganger in ‘De Duif’.
Ik stop eind juni 2018 met mijn betaalde werk in de kerk en wil daarna echt helemaal stoppen met alles wat ik tot dusver doe en deed.  Zie ook mijn column ‘Op adem komen’.
Ik ben er aan toe om rust te nemen, te kijken wat ik verder wil met mijn leven en ook samen met Marleen te genieten van vrij zijn.
Het werk dat ik in de Duif eerst als hobby deed, is echt werk geworden en ik merk dat ik ook daarmee wil stoppen.
Nog twee keer ga ik dit jaar voor: op 6 augustus a.s. en op 3 december en dan is het ff klaar.
Het is een groot besluit na 27 jaar volop (de laatste jaren wat minder) betrokken te zijn geweest.

Liefs,
Marina