Berichten

Je glimlach bewaren

Je glimlach bewaren - omslag orde van dienst

In de doopviering van Yannic Omloo lezen we teksten uit ‘Een jihad van liefde’ van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen in het evangelie volgens Mattheus.

Je glimlach bewaren, de moed niet laten zakken en de menselijkheid van een ander herkennen.
Diana Vernooij plaatst teksten van Mohammed El Bachiri naast vergelijkingen van Jezus in Mattheus.
– – –
“Ik heb een vriend, die altijd erg overtuigd is van zijn standpunten en graag de discussie aangaat. Zijn kinderen hebben een cartoon in de w.c. opgehangen (overigens de beste plek voor dit soort grapjes) en daarop staat: “Met het ouder worden veranderen wel mijn standpunten maar niet het feit dat ik gelijk heb”. Mijn vriend moet gelukkig zelf grinniken om de cartoon, en dat relativeert zijn gelijkhebberij.

Gelijk en geluk sluiten elkaar uit
Ooit moet een mens de keuze maken tussen gelijk en geluk. Wil je gelijk hebben of gelukkig worden?
Het sluit elkaar namelijk uit. Mensen die gelijk willen krijgen eisen meer. Ze willen een bevestiging van de buitenwereld. Wat is er aan om gelijk te hebben als niemand dat weet? Gelijk willen hebben is verslavend en je krijgt er eigenlijk nooit genoeg van.

Gelukkige mensen interesseert het niet of ze gelijk hebben. Ze zijn op iets anders gericht, een andere kwaliteit van leven, iets als blij zijn met hoe de dingen zijn, dankbaar voor wat je geschonken is in dit leven. Gelukkig mensen nemen wat je gegeven is niet zomaar voor gegeven. Het léven is ons gegeven. Yannic is ons gegeven, ons eigen leven is ons gegeven. Laten we dankbaarheid daarvoor oproepen. We hebben al wat ons in de schoot valt juist gekregen omdat we op de schouders van onze voorgangers staan. Zij hebben gewerkt en gestreden om dingen voor elkaar te krijgen – wij mogen dat niet zomaar onverschillig terzijde schuiven als vanzelfsprekend. Chantal vertelde dat Martine en zij zich ervan bewust zijn, dat zij dank zij de generatie feministen voor hen, als lesbische vrouwen samen een gezin kunnen stichten en daarin geaccepteerd worden door de wereld om hen heen. Zij hebben geluk – ze worden niet verleid om steeds weer het gelijk te bewijzen dat het echt wel kan, goede moeders zijn, als lesbisch stel.

Bij het verhaal dat we lazen staan de gelijkhebbers tegenover de gelukszoekers. Jezus spreekt de mensen aan die het geluk najagen, hij zorgt voor zieken en inspireert de buitengeslotenen van de maatschappij. De hogepriesters jagen het gelijk na. “Wie mag nu eigenlijk spreken namens God? Dat zijn toch zeker wij, de hogepriesters, en niet die mafkees uit Nazareth?”

Actie-reactiespiraal van geweld
Dat gelijkhebberij dicht bij het actie-reactiespiraal van geweld staat zien we al in het verhaal. De wijnbouwers zijn gewetenloos, zij willen niets van hun winst afstaan aan degene die de wijngaard gesticht heeft. Ze vermoorden de dienaren en de zoon van de eigenaar om zich de wijngaard toe te eigenen. Puur onrecht. Het is een verháál dat Jezus vertelt en hij vraagt de hogepriesters wat zij denken dat de eigenaar van de wijngaard zal doen met de pachters. Die antwoorden dan dat hij de pachters een ellendige dood zal laten sterven en de wijngaard aan anderen zal geven.

Jezus geeft zelf geen antwoord op zijn eigen vraag. Verrassend genoeg draait hij het perspectief van het verhaal om. Het blijkt een gelijkenis te zijn. Het blijkt over de hogepriesters zelf te gaan die hem niet erkennen. Hij zegt dat het Koninkrijk Gods de hogepriesters zal worden ontnomen en aan anderen gegeven.  In dat perspectief hebben de hogepriesters dus zwaar geoordeeld over zichzelf. Dat zit ze absoluut niet lekker. En zij zinnen op een moment om Jezus te pakken te nemen. De hogepriesters die op hun gelijk gericht zijn, zitten gevangen in een spiraal van geweld, en zullen doorgaan tot het gaatje, totdat Jezus aan dat kruis zal hangen en sterft.

Het zit in ons allemaal, de neiging het gelijk willen hebben voor het gelukkig zijn te laten gaan. Soms moeten we strijden voor rechtvaardigheid, krijgen we het niet in de schoot geworpen. Des te hardnekkiger het onrecht is, des te meer ligt de gelijkhebberij op de loer. Het is een menselijk patroon, dat gelijk willen hebben. Als je dat patroon níet kunt relativeren, als je gelijk hebben tot de meest betekenisvolle actie van je leven maakt, dan val je uit de liefde en kom je onherroepelijk in een spiraal van het geweld terecht.

Chantal verwees naar de vrouwen die voor haar gestreden hebben voor rechten die nu vanzelfsprekend zijn. Ik heb in mijn jonge jaren zo’n strijd voor autonomie als vrouw gestreden waar ik ook uit de bocht schoot. Het was in mijn radicale jonge jaren, zo’n 35 jaar geleden, dat ik inzag hoe afhankelijk ik van mannen was opgevoed. Ik raakte ervan overtuigd dat alle mannen onderdrukkers waren van vrouwen. Ik kon mij pas vrij maken, dacht ik, als ik de relatie met mijn vriend zou beëindigen. Ik vond dat ik het gelijk aan mijn zijde had, dus mijn vriend moest wel mijn onderdrukker zijn die ik beter kwijt dan rijk kon zijn. Dat ik daarmee een zachtaardige man onrecht deed, liet ik toen niet echt tot mij doordringen.

Geloof kent weinig nuances
Sommige mensen gaan nog verder in hun gelijkhebberij. Ze willen rücksichtloos andere mensen hun waarheid opdringen en degenen die zich niet laten bekeren omleggen. Jihad wordt het nu genoemd, en vroeger: beeldenstorm, inquisitie: ketterverbranding, kruistocht. Geloof is helaas een al te mooi voertuig voor de gelijkhebbers. Geloof kent weinig nuances, en is maar al te goed te combineren met compromisloos leven. God staat aan onze kant, we hebben alle recht om ten strijde te trekken. Ik moet meteen aan Bob Dylan denken, protestzanger en winnaar van de Nobelprijs voor literatuur:

The First World War, boys
It came and it went
The reason for fighting
I never did get
But I learned to accept it
Accept it with pride
For you don’t count the dead
When God’s on your side.

Oftewel: je telt de doden niet als God aan je zijde staat.
Daarom is het nodig om er een ander compromisloos religieus leven tegenover te zetten, een andere jihad, een andere inspanning. Een jihad die jou juist op het moment dat een ander jouw leven verwoest, laat zeggen: “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” Het is wat Mohammed El Bachiri doet. Altijd zal de liefde voor zijn vrouw, en de liefde die zij deelden het antwoord bepalen – en niet, nóóit de haat: “Liever sterven dan te haten!”, zegt hij.  Onrecht beantwoorden met liefdebetoon. Altijd.

Broertje of zusje van haat
Haat uit je hart bannen – nooit haat laten opkomen, nooit ook maar een broertje of zusje van haat laten opkomen: irritatie, woede, verontwaardiging. Nooit toestaan dat je dat gebeurt. En als het je toch gebeurt: het in liefde en zachtheid smoren én in relativering en humor. En ondertussen kritisch en radicaal blijven. Nee zeggen, het onrecht stoppen – zonder haat. Verder gaan vanuit het hart en de rede, met de liefde als onuitputtelijke grondstof.

De spiraal van geweld doorbreken, de actie-reactiepatronen van het geweld doorbreken, dat kan op vele onverwachte manieren. Jan, hier in De Duif, vertelde dat hij eens gebeld werd om een ruzie te sussen tussen 2 echtelieden. Als hij aankomt zijn zij aan het schreeuwen tegen elkaar en het huis is een bende van stukgegooid huisraad. Jan richt zich niet op de woorden, probeert niet partij te kiezen of tussen¬beide te komen maar pakt de stofzuiger en begint schoon te maken. Dat koelt de hele situatie af.

Haten en schreeuwen
Niemand zou het vreemd vinden als Mohammed El Bachiri zou haten en schreeuwen. Hij heeft recht van spreken en hij spreekt. Hij spreekt verpletterend en indrukwekkend. “Niets rechtvaardigt haat, niets zal tot haat leiden.” “De ware jihadist zoekt naar kennis, doet zijn best om anderen te ontmoeten, ook als die daar niet voor openstaan. De jihadist laat de moed niet zakken, hij bewaart de glimlach en erkent de menselijkheid van de ander.”

Dus laat de moed niet zakken. Laat ons die radicale jihadist van de liefde eer bewijzen.
Laten we onze liefde bewaren.
Bewaar je glimlach, Yannic, als de zeeën je soms te hoog gaan.
Bewaar je glimlach Martine en Chantal, als de wereld zich tegen jullie, lesbische moeders keert.
Bewaar je glimlach lieve mensen hier in de Duif, wat je ook overkomt. En erken altijd de menselijkheid van de ander.

 – – – – – – –

Alle teksten rond deze overweging (PDF)

Recensies Een jihad van liefde: ‘De leesclub van alles’; NRC

Overwegingen 2017

Sesshin II – Na twee weken ‘personal practise’

Leraar Norman Fischer: "Seeds of karma"...

“Seeds of karma”, noemt leraar Norman Fischer in deze sesshin de oprispingen zoals ik had met mijn irritatie. Alles wat in jou opkomt is gevolg van karma, een effect van wat je eerder deed of naliet.

Wat is nu eigenlijk de intentie van zen, vraag ik de leraar, Norman Fischer, aan het begin van de sesshin, hier in Upaya in Santa Fé. Ik begrijp het verschil tussen het waarnemen van de bewegingen van de geest, die ik in Vipassana leerde, en het naar je buik brengen van al je gedachten. Ik voel het verschil. Vipassana levert me scherpte op, inzicht in wat mijn geest allemaal tevoorschijn tovert. Op zijn best is mijn meditatie als een laserstraal, dwars door alle gemoeds- en geestesbewegingen. Nu ben ik wat onthand. Zen ben ik verleerd.

Na twee weken ‘personal practise’ is de sesshin gestart. Dat betekent verdubbeling van ochtend- en avondmeditatie, volledige stilte behalve de dagelijkse dharmatalk, en alle maaltijden in oriyoki-stijl. Dat wil zeggen, we eten in de zendo: wij in meditatiehouding en het eten wordt hoog gedragen binnengebracht en per persoon in onze bowls geserveerd, een voor een. Het is een heel ritueel met wat onwennigheid de eerste paar keren. Want alles is volgens een bepaalde orde. Hoe je je bowls uitpakt, neerzet, vult, wanneer je eet en hoe. Ook het schoonmaken van je bowls, lepel en eetstokjes gaat ceremonieel evenals het inpakken van je bowls. Het lukt me om de vereiste lotusbloem telkens mooi bovenop mijn pakje bowls gestrikt te krijgen.

Dankzij mijn knie, die ik niet teveel moet belasten, ben ik op een stoel gaan mediteren. Dat scheelt me een hele hoop pijn. Echt comfortabel wordt het natuurlijk niet-alledaags je 40 minuten stil moet zitten.

De eerste dag slaap afgewisseld met pijn. De dag erop wordt het helderder. Dan een dag waarin ik helemaal blij ben met alles, alles is perfect zoals het is. Onmiddellijk afgestraft met een dag vol irritatie en scepticisme. Mijn buurvrouw op de mat snift voortdurend. Mijn irritatie kon ik niet oplossen door mijn buurvrouw die eindeloos snifte, te vragen ermee te stoppen. We zijn immers stil en op onszelf. De irritaties in mijn buik laten zakken is als een ruitenwisser in de stromende regen, het werkt maar heel even. Ik neem toch maar weer mijn toevlucht tot de Vipassana en onderzoek het gevoel. De scherpte in de irritatie herken ik als oud zeer, en ik doorvoel mijn woede, herken oude pijn erin van niet gezien en gekend worden in wat ik nodig heb, en dan is het weggebrand. De heftigheid van de irritatie is weg. Als ik nu vraag om aandacht voor het sniffen, is het zonder ergernis. Sniffen is alleen maar afleidend. Meer niet.

We bestuderen een oude tekst: ‘Vasubandhu’s 30 verses’, aan de hand van het boek met uitleg en commentaar van Ben Connelly. Vasubandhu probeerde 13 eeuwen geleden al de Mahayana traditie te verzoenen met de Theravada, zoals ik nu de Zen met de Vipassana.

“Seeds of karma”, noemt Norman de oprispingen zoals ik had met mijn irritatie. Alles wat in jou opkomt is gevolg van karma, een effect van wat je eerder deed of naliet. Daar kun je niets aan doen. Maar er is een moment tussen de ervaring en je reactie, en daar ligt je vrijheid. Je kunt die oprispingen voelen en zo verwerken, zonder erin te geloven dat de buitenwereld moet veranderen. Reageer je je irritatie af met gevoel dat je in je recht staat, of verwerk je eerst je emotie en ga je dan pas naar die ander reageren? Daarin ligt het verschil van wijsheid.

De zes zintuigen (alle zintuigen inclusief het denken) transformeren, leert Vasubandhu, leidt tot onderscheidingsvermogen – je ziet scherper wat van jou is en wat van een ander. Verwerken van karma maakt dat je het algemeen menselijke in alles wat in je opkomt herkent. Wat ik ervaar, ervaren alle mensen telkens weer. Iedereen neigt erin de werkelijkheid te willen veranderen omdat die ons lijkt dwars te zitten, maar dat is  een illusie. Lijden is universeel en onze neigingen dus ook. Zo kan dit inzicht tot compassie leiden met alle levende wezens. En dat is precies de intentie van zen, krijg ik als antwoord van de leraar. Zen leidt tot compassie met jezelf en alle levende wezens. Ik ervaar het als een zachte kwetsbaarheid, die ik deel met iedereen.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenGronding helpt om te voelen en te laten gaan |

Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya

Diana Vernooij tijdens een stiltewandeling in Upaya

Diana Vernooij tijdens een stiltewandeling in Upaya.

14 april 2017 – Tijdens een van de ceremonies buigen we voor al die vrouwen die belangrijk zijn geweest maar geen erkenning hebben gevonden in de geschiedenis. Mannen, vrouwen buigen. Ik ben in Upaya, zencentrum in Santa Fé New Mexico, gesticht door een van de weinige vrouwelijke roshi’s die er zijn, Roshi Joan Halifax. De shosu vertelt in haar dharmatalk* dat zij zich als meisje van 12 voorbereidde op haar bat mitswa. Ze vertelde de rabbi dat zij ook meer wilde studeren en ook graag rabbi wilde worden. En hij zei: “Maar Amie, meisjes kunnen geen rabbi worden.” Het was voor het eerst dat zij merkte dat meisjes beperkt werden. Haar interesse voor de bat mitswa was meteen weg.

Je ziet wel wat er opkomt, zei Kathie toen ze mij de meditatie-instructie gaf: breng alles wat opkomt diep in je buik. Meer niet, niet benoemen, niet onderscheiden en herkennen, alles wat ik gewend was geraakt in Vipassana. Gedachten komen op, herinneringen, ik laat ze los, adem ze diep in mijn buik. Ineens zie ik gezichten van vrouwen op De Tiltenberg, toen ik er werkte als directeur. Hoge verwachtingen van hun werk en de spiritualiteit ervan. Hoe mij dat beklemde. Onverwacht. Ik was voorbereid op marketing, financiën, op onderhoud van gebouwen, op jaarplannen. Ik was verliefd op de geschiedenis van het terrein en de gebouwen – door de Graalvrouwen gebouwd en gevuld met hun dappere spiritualiteit. Ik hield van de trainingen, sesshins en workshops. Ik was bereid meer dan alles te geven. Ik was niet voorbereid op de verwachtingen aan mij als leidinggevende van een spiritueel centrum.
Zeer pijnlijke situaties ontstonden. Vrouwen die boos waren, ziek werden. Vrouwen met eisen aan mij die ik niet wilde of kon waarmaken. Ik wilde alleen maar De Tiltenberg redden en dat bleek al onmogelijk.
Tranen.

Nu is het 15 jaar later. Door de jaren heen is die herinnering pijnlijk gebleven. Een paar jaar durfde ik geen leidinggevende meer te zijn, maar inmiddels zit ik er weer volop in. Ik ben er goed in, reorganiseren, mensen met zachtmoedige doortastendheid coachen, overplaatsen of ontslaan. Ik kan het, geld werven en structuren omgooien en iets opbouwen met een team samen.
Ik kijk terug en durf het nu, hier in de meditatie, op de plek waar zichtbaar kan worden in de sangha wat vrouwen hebben bijgedragen. Ik voel mijn paniek, de benauwdheid en angst van die tijd. En ik voel waarin ik faalde. Ik kon niet in een paar jaar tijd met compassie voor ieders zwakheid en verlangen het roer omgooien, het centrum een stuk commerciëler maken, sommige mensen ontslaan en anderen opleiden en hun verlangens naar spirituele leiding terug leggen.
Ik was te onervaren met een te grote opdracht.
Zo simpel?
Ja, zo simpel.

Diana Vernooij

*) In een ‘Dharma Talk’ brengt een leraar een stukje van zijn (of haar) ideeën van de leer van de Boeddha naar zijn gehoor. Vaak als onderdeel van een meditatie-retraite.

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’Gronding helpt om te voelen en te laten gaan |


Negen dagen Sesshin

Negen dagen zonder internet, schrijven of lezen: vandaag begint Diana aan de sesshin.
Sesshin (retraîte) is een meerdaagse zen-activiteit van bijvoorbeeld een weekend, vijf of tien dagen, waarbij gedurende de dag een aantal meditatiesessies gehouden worden. De traditionele vormen van de zentraining worden in acht genomen: de stilte, zazen (zitmeditatie), kinhin (loopmeditatie), het zingen van sutra’s (Boeddhistische teksten), teisho’s (dharma-toespraken*, lezingen) en dokusan (het privé-gesprek met de leraar).
Over negen dagen een verslag in dit blog.

Voor Zenpeacemakers schreef Diana de bijdrage ‘Vrouwen’: “Tijdens een van de ceremonies buigen we voor al die vrouwen die belangrijk zijn geweest maar geen erkenning hebben gevonden in de geschiedenis…” Na plaatsing van dit artikel verschijnt het ook in dit blog.

Fred Vos
beheerder deduif.net

*) In een ‘Dharma Talk’ brengt een leraar een stukje van zijn (of haar) ideeën van de leer van de Boeddha naar zijn gehoor. Vaak als onderdeel van een meditatie-retraîte.


Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’Gronding helpt om te voelen en te laten gaan |


Seider, volle maan en zen

Seider in het Upaya Zencentre in Santa Fe

De leraar, Norman Fischer, is van huis uit Joods, zoals zo heel veel zenleraren in de VS. En de Seideravond is hem dierbaar. Rechts Diana Vernooij.

Lange tafels aan elkaar gekoppeld, gedekt in de serre. We hebben de Full Moon ceremonie gehouden in de zendo. Het is volle maan en iedere maand is er dan een ceremonie van zuivering en hernieuwing van geloften en voornemens. Vandaag wordt er aansluitend Seider gevierd. Dat is niet gebruikelijk maar de leraar, Norman Fischer, is van huis uit Joods, zoals zo heel veel zenleraren in de VS. En de Seideravond is hem dierbaar.

Ik ben blij verrast. Ik dacht de hele paastijd over te slaan hier in zencentrum Upaya in Santa Fé, New Mexico. Boeddhisten vieren geen Pasen. Maar zie, ook hier interreligiositeit.
We zitten midden in een drieweekse lente-retraite. Gisteren was de eerste seideravond van het Joodse Passover, de tijd voor Pasen. Gisteren hebben de kloosterlingen een maaltijd gekookt voor 125 daklozen in deze rijke stad (dit is nog maar een klein deel van het werkelijk schrikbarende aantal daklozen dat je hier treft). Dat was de eerste Seideravond. Vanavond de tweede Seideravond, die vieren we onderling. Ik ben helemaal blij. Ik mis mijn eigen traditie, het Seidermaal in De Duif en nu krijg ik het op een presenteerblaadje aangereikt.

Seider in het Upaya Zencentre in Santa Fe

Norman vertelt over de herkomst van het feest en over de betekenis van alle gebruikte etenswaren. Het belangrijkste is de matze, het ongerezen brood, om het pure in ons te voeden, nadat alle etenswaren waar mogelijk gist in verwerkt is verwijderd zijn uit huis.

De leraar houdt zijn pet op en vertelt van de Seideravond. Hij vertelt over de herkomst van het feest: de uittocht van de Joden uit Egypte, land van slavernij en benauwenis. Als zenleerlingen kennen we dat, wij mediteren hier ook om de benauwenis achter te laten, alle verleidingen van de slavernij, en om de vrijheid te vieren.
Dan vertelt hij over de betekenis van alle gebruikte etenswaren. Het belangrijkste is de matze, het ongerezen brood, om het pure in ons te voeden nadat alle etenswaren waar mogelijk gist in verwerkt is verwijderd zijn uit huis. Het lijkt op onze Full Moon-ceremonie waar we onszelf gereinigd hebben voor we eten met elkaar. De wijn, hier druivensap, om te toosten op het leven. De bittere mierikswortel die gemengd wordt met het zoete, zoals dat ook in het leven het geval is. Lamsbouten, die in dit vegetarische klooster verbeeld worden door rode bietjes, vanwege het lamsbloed aan de deurposten die de engel des doods deed voorbijgaan. Omdat er altijd iets opgeofferd moet worden voor de vrijheid.

Seider in het Upaya Zencentre in Santa Fe

We luisteren naar het verhaal van het joodse ritueel, naar de joodse gebeden. We zingen joodse liederen, we eten, drinken en toosten.

We luisteren naar het verhaal van het joodse ritueel, naar de joodse gebeden. We zingen joodse liederen (er blijken heel wat joodse zenleerlingen te zijn!), we eten, drinken, toosten. Én, geheel in lijn zoals we dat in De Duif ook kennen, bespreken we met elkaar een vraag. Hier is de vraag wat ons tegenhoudt om vrij te worden, en wat het is dat ons vrijmaakt. Het gesprek eindigt met dat je gesprekspartner jou een confronterende vraag stelt.

Als ik vertel over mijn leven krijg ik de vraag of ik niet datgene waar ik goed in ben en wat inmiddels mijn comfortzone is geworden moet loslaten voor datgene waar ik een passie voor voel. Hmm, een duizelingwekkende vraag. Daar ga ik de komende tijd maar eens op mediteren.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Sesshin II – Na twee weken ‘personal practise’Gronding helpt om te voelen en te laten gaan |


Dokusan, het onderhoud met de leraar

Dokusan - Diana Vernooij op Zenretraite - In de Zendo

De zendo is een Japanse meditatieruimte. In het Zen boeddhisme is een zendo een spirituele dojo, letterlijk “plaats van de weg”, waar de zittende meditatie wordt gepraktiseerd.

Dokusan is het onderhoud met de leraar tijdens je zenretraite. In de stilte komen alle ongemakken en spoken te voorschijn. Dat is je praktijk, en in het onderhoud stel je je vragen. Wat is je beoefening nu, wat is het belangrijkste op dit moment. Als ik erover na ga denken komt er niets. Nee, de opdracht is ermee rond te lopen, met die vraag. “Wat is de belangrijkste kwestie in mijn beoefening?” Dat wil zeggen, ik ga de stilte gebruiken om deze vraag te herhalen zonder een antwoord te zoeken. Gewoon herhalen en ontvankelijk zijn voor een antwoord, alsof het door iemand anders aan me verteld zal worden.

Dan word ik getroffen door de gesproken woorden van de Shuso bij haar installatie aan het begin van de drieweekse Ango*. “I am not ready for this, this is a too big responsability.”. Zoiets kan je formeel uitspreken, als uiting van je bereidheid om nederig te zijn. Maar Amie zegt het oprecht, zacht, vriendelijk, terwijl ze daar staat in vol ornaat, wetend dat ze de opdracht gaat accepteren. “Ik doe alles nog fout, mijn raksu zit nog steeds verkeerd.” “Dat is precies wat we nodig hebben” zegt Kathie, een leider van de Ango, “Jij helpt de sangha en de sangha helpt jou.”

Dit raakt mij. Ik moet lachen en tegelijk biggelen er tranen over mijn wangen. De vriendelijkheid waarmee zij haar twijfel onder woorden brengt is ontwapenend. Kan dat, kan je zo vriendelijk zijn tegenover je angst dat je de verantwoordelijkheid niet aankan?

In de meditatiepraktijk weet je dat al je gevoelens altijd over jezelf gaan, over je eigen overtuigingen. Als iets je raakt, onderzoek dan wat dat over jou verteld. Ik besef dat het de ontspanning is die tranen brengt, de mogelijkheid van een andere weg dan die ik altijd ging. De aanmoedigingen dat ik het kan, de ervaring dat ik het kan: die waren er altijd. Toch heb ik altijd dat gevoel dat de dingen die ik graag wil te zwaar zijn voor me. Op allerlei manieren heb ik mij in het leven daar doorheen geslagen, meestal met groot lef, in vol ornaat. Soms in gevecht met anderen die zouden denken dat ik het niet aankan, soms boos op mezelf. Soms wakker liggend en doodsangst uitstaande, en het toch doen. Vaak aangespoord door anderen ging ik de dingen aan. Ik weet hoe ik een harnas aan kan trekken en op weg kan gaan op mijn ros. Maar kan het ook zonder gevecht, zonder boosheid? Kan het in contact met anderen, zachtmoedig stuntelend? Kan ík dat ook?

Ik besef dat dit mijn beoefening is van het moment, mijn belangrijkste kwestie. Dit is de vraag die ik in dokusan ga voorleggen.

Diana Vernooij

*) Ango betekent: in rust verblijven. Die traditie gaat terug tot Shakyamuni Boeddha die jaarlijks tijdens het regenseizoen in de zomer een periode van rust invoerde: hij trok zich met zijn leerlingen terug op een afgelegen plaats om er intensief te mediteren en zijn onderricht te geven.
(Bron: http://www.zenhalle.be)

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Een zenweekend koans | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’Gronding helpt om te voelen en te laten gaan |


Een zenweekend Koans

Rotsformatie, Santa Fé, New Mexico. In het Upaya Zen Meditatiecentrum verdiept Diana zich onder andere in de betekenis van koans

Schilderachtige rotsformatie in Santa Fé, New Mexico.

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax.
Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Het is mijn eerste weekend hier in zenklooster Upaya, Santé Fé in New Mexico van een langer verblijf.
Koans ben ik altijd uit de weg gegaan. Mij veel te orthodox.

De traditionele leer is dat je een koan opgedragen krijgt. Je verdiept je erin en moet een antwoord geven op de vraag waar het om draait. Je komt bij de leraar, geeft je antwoord en hij zegt dan dat het fout is en klingelt zijn bel en weg ben je. Tot je het, misschien na maanden pas, juist hebt: volgende koan. Ik zie er het nut niet van.

Nu lezen we groepsgewijs een koan. Dit is zo’n koan, een beetje een makkelijke om mee te beginnen:

Yunyan asked Daowu: “What does the Bodhisattva of Great Compassion do with so many hands and eyes?”
Daowu said: “It is like someone reaching out for the pillow at night.”
Yunyan said: “I understand”
Daowu said: “How do you understand?”
Yunyan said: “All over the body is hands and eyes.”
Daowu said: “You said a lot there, but you got only eighty percent.”
Yunyan said: “What about you, elder brother?”
Daowu said: “Throughout the body is hands and eyes.”

De leraren geven basisinformatie, kennis van de context als belangrijke richtingaanwijzers in het begrijpen van het verhaal. Hier gaat het om twee bevriende leerlingen die elkaar bevragen om tot meer inzicht te komen. De Boddhisattva moet je zien als een verlichte leraar die blijft terugkeren naar de wereld om anderen te helpen. De heilige van de grote compassie wordt altijd met veel armen en ogen afgebeeld. Dan geven de leraren hun gedachten. Zij begrijpen de koan als een leerweg voor hier en nu. Ze vinden andere aspecten interessant en hebben interpretaties die naast elkaar blijven bestaan. Geen exegese van de ene betekenis. Geen leraar die je wegstuurt als je niet het juiste antwoord geeft. Het verhaal heeft alleen betekenis als je iets begrijpt. Jouw leven is het antwoord. Jij moet de betekenis kunnen leven.

Ik begrijp deze koan zo: Je lichaam heeft niet overal handen en ogen maar ís overal ogen om te zien en handen om te geven. Je oren, buik, je voeten, alles is om mee waar te nemen en mee uit te reiken naar een ander. ‘s Nachts in je halfslaap tast je naar wat zacht is. Zo kun je uitreiken naar de noden van de wereld als je wereld niet meer om je eigen kleine zorgen draait. Als je het lijden in de wereld ziet, kun je niet anders meer dan zien en geven wat je kunt geven.

Diana Vernooij

Op 29 maart vertrok Diana Vernooij voor twee maanden naar de Verenigde Staten. Gedurende zeven weken verblijft zij in het Upaya Zencentre in Santa Fe. Diana volgt drie weken zenretraite en aansluitend een training ‘Being with Dying’, olv. Joan Halifax. Vanuit haar verblijfplaats doet zij verslag van haar leerervaringen.


Lees ook: Dokusan, het onderhoud met de leraar | Negen dagen Sesshin | Vrouwen: persoonlijk verslag uit Upaya | Seider, volle maan en zenSesshin II – Na twee weken ‘personal practise’Gronding helpt om te voelen en te laten gaan |


Brood voor de eendjes

Bij de overweging van Henk Kemper op 6 maart 2014

“De dominee gooide het overgebleven brood van het avondmaal voor de eendjes, tot schrik van de katholieken onder ons.”

Zondag zongen we uit volle borst voor een volle kerk.  We hadden de oecumenische kerk De Regenboog bij ons te gast. 30 kerkleden versterkten onze gelederen voor een zondag en na afloop lunchen we met hen en wisselen onze ervaringen uit. 40 jaar oud is de oecumenische kerk, precies even oud als onze basisgemeenschap. 40 jaar geleden werd er één kerk neergezet in een nieuwbouwwijk in Leiden, een kerk door gereformeerden, hervormden en katholieken oecumenisch opgezet. Nog steeds is de kerk oecumenisch, hoewel de bisschop hier en daar een stokje voor heeft gestoken. Van rechts tot links is iedereen betrokken – en de lijn naar de institutionele kerken wordt gekoesterd. Heikel, spelen wij kerkje, of zijn we kerk?

Zaterdag zong ik nog uit volle borst op de begrafenisdienst van Doreen, een vroegere collega en vriendin. We werkten allebei voor de kerk, ik vanuit de katholieke vrouwengeloofbeweging en zij vanuit de zwarte vrouwengeloofbeweging, de womanistische beweging – zoals zij die noemde. Een kerk vol mensen, merendeel zwart, protestantse liederen en was swingende erbij vanuit evangelische zwarte hoek. Aruba, stond er als geboorteplaats op haar overlijdensbericht, dat wist ik niet. Zij was daar heel fel op: “Kijk eerst maar eens naar wie ik ben, voordat je gaat vragen waar ik vandaan kom.” Ik heb haar nooit gevraagd waar ze geboren was.

Scherpte in de gemeenschap, we hebben het nodig om elkaar scherp te houden. Tegelijk verwonden we elkaar met onze scherpte, met onze kritiek of met onze gevoeligheden. Kerk is met name daar waar je kwetsbaar bent, juist omdat het je allemaal zo aan het hart gaat.

Een droom hebben of ervan wakker liggen

Bij de overweging van 15 december 2013 van Bert van der Meer.

– Teleurstelling: je veroorzaakt het zélf.  Zo ongeveer was de strekking van Berts overweging vanmorgen. Hij zei nog heel veel mooie dingen, maar dit was de kern. Jij maakt zelf de beelden, jij koestert verwachtingen, jij hebt er emoties omheen gemaakt – en de werkelijkheid zal daar nooit aan voldoen.

Tiltenberg
Na afloop van de viering praat ik met Hilda, een oud collega van me. Ze is voor het eerst in De Duif en het beviel haar. We praten na en natuurlijk komen we op De Tiltenberg. 15 jaar geleden ongeveer hebben we onze geliefde Tiltenberg moeten sluiten, de financiën kregen we niet rond. Zij was er hoofd van de keuken en ik was de directeur. Ik zie haar nog in volle glorie, genietend de scepter zwaaien in de keuken, of in vergadering met haar gastvrouwen. Ik zie haar overstuur in de deuropening van mijn kantoor. We hebben er keihard voor gewerkt, zei ze. Ja, het was een droom – een prachtig retraitecentrum, een geliefde plek van velen – we gingen er vol tegenaan.

Wakker liggen
Vorige week zei ik in mijn overweging: de belangrijkste vraag in je leven is welke pijn je wilt lijden. Waarvóór ben je bereid pijn te lijden. Droom je van een eigen bedrijf of lig je er al wakker van? Vele nachten lag ik wakker. Zoveel nachten, dat mijn coach zich terugtrok. Hij had vol vertrouwen gezegd dat hij de helft van zijn gage zou terugbetalen als het niet lukte om het centrum van de grond te krijgen. Het geld kregen we terug. En ik deed een stapje terug in mijn carrière,  geen eindverant­woording meer: maak mij maar onderbaas.

Tijdens de kerstborrel op mijn werk vroeg iemand me: Is dat niks voor jou, zou jij niet aan het roer willen staan? Ik betwijfel het. Houd ik genoeg van leiding geven om er weer voor wakker te liggen? Of koester ik misschien de verkeerde verwachtingen?

Roze Duif

Er is geen kerk in Nederland waar liturgie zo democratisch is georganiseerd als bij De Duif in Amsterdam. De bezoekers van de vieringen kiezen elk jaar opnieuw een groep voorgangers. Ook kunnen zij meedoen aan de voor- en nabesprekingen van de diensten en aan het uitvoeren van bepaalde taken binnen de vieringen. Dit alles in een goed georganiseerd proces van vergaderingen en procedures. Uittocht sprak met twee van de Duif-voorgangers van dit jaar (1997 – red.): Marina Slot en Diana Vernooij. En vroeg hen in het voorbijgaan hoe roze De Duif werkelijk is. Is De Duif een homo-kerk?

Regelmatig trouwen er mensen in De Duif in een zogenaamde “verbondsviering”. Dat zijn voor een aanzienlijk deel homo’s en lesbische vrouwen die zelf ook in De Duif kerken. Betrokkenheid bij de gemeenschap is een voorwaarde. Hoewel, als het verlangen erg groot is en het verder nergens anders kan, dan zal De Duif geen “nee” zeggen.
Hoe komt De Duif aan die mooie roze tint, haar populariteit bij het homo/lesbisch volksdeel?

Een soort thuiskomst
Marina: “Dat zit ‘m in de grote openheid naar de mensen, naar alles wat er op en aan zit, alles dat ze meebrengen aan mooie en minder mooie dingen. Mensen worden met hun hele hebben en houwen geaccepteerd, dat voel je. Voor veel lesbische vrouwen en homo’s is de komst naar De Duif een soort thuiskomst. Niet iedereen blijft. Sommigen gebruiken het als een soort doorgangshuis. Maar wat ze er meemaken zijn vaak heel genezende ervaringen. Kort nadat ik in De Duif kwam zong ik in het koor mee in een verbondsviering van twee mannen. Dat was zo ontroerend, ik heb mijn ogen uit mijn kop gejankt van blijdschap, van emotie. Ik ril nog als ik er aan denk. Het was zo open, zo vanzelfsprekend, zo doodnormaal. Na alles wat ik in de kerk hieromtrent had meegemaakt was dit een bevrijdende verademing”.

“Het roze in De Duif heeft twee kanten.
De Duif is geen homo-kerk,
het is zelfs geen homo-vriendelijke kerk.
Wij vinden dat kerk zo moet zijn!
Een kerk behoort open te zijn
voor de hele diversiteit van mensen.”

Diana: “Vorig jaar leidde ik hier een dienst in het kader van de Gay Pride Dag. daar kwamen heel wat mensen op af. Het zorgde tegelijkertijd voor een flinke discussie (binnen de geloofsgemeenschap – red.): waarom een dienst voor een aparte groep? Iedereen is toch altijd welkom?
Ik heb tijdens die dienst betoogd dat het roze in De Duif twee kanten heeft. De Duif is geen homo-kerk, het is zelfs geen homo-vriendelijke kerk. Wij vinden dat kerk zo moet zijn! Een kerk behoort open te zijn voor de hele diversiteit van mensen.

Diverse club
“Het gaat om mezelf, het gaat om veel mensen in De Duif. We hebben een behoorlijk diverse club, niet alleen in homo en hetero: jong, oud, maatschappelijke achtergrond, inkomen, werk of geen werk. Aan de andere kant: het blijft een lastig onderwerp om over te praten. Op het moment dat wij gaan benoemen dat meer dan de helft van de voorgangers homo of lesbisch is, dan zegt iedereen “dat maakt toch niets uit”. Nee, dat maakt ook niets uit, maar tegelijkertijd maakt het ontzettend veel uit.”

Uit: Interview in het maandblad Uittocht / juni 1997 met Marina Slot en Diana Vernooij, beiden voorganger in ‘De Duif’