Van Weten naar Doen

Overweging Henk Kemper op zondag 12 november 2017 - Van Weten naar DoenWe rollen de laatste weken van het kerkelijk jaar uit. Over enkele weken begint de advent, de voorbereidingstijd die ons uiteindelijk bij Kerstmis brengt. Maar zo ver is het nog niet. De oudste teksten die we vandaag voorgeschoteld kregen zijn van de hand van Jesaja en van de Psalmist.

En Jesaja gaat even lekker tekeer. Hij spreekt namens de Heer, de Eeuwige, de Almachtige. Hij kondigt aan dat er iets nieuws aan staat te komen. “Iets wat jullie nog nooit eerder hebben gehoord. Iets wat jullie nog nooit eerder hebben gezien. Iets wat er nog nooit is geweest. Iets waarvan je niet wist dat zoiets kon gebeuren.
Lekker helder en overzichtelijk, nietwaar: Er staat ‘iets’ te gebeuren. En daar is ook een aanleiding voor. Want de Eeuwige is woest, witheet, laaiend op een onbetrouwbaar volk dat niet te vertrouwen is. Een volk dat al zo vaak gestraft is. Maar de straffen hebben niets geholpen. En de meest rigoureuze aller straffen, namelijk de doodstraf, die wil God niet uitvoeren.

Iets
God gaat iets nieuws doen, zegt Jesaja, zegt God. Waar gaat het in Gods Naam om, denk je zo langzaam aan. Laten we eens op zoek gaan.
De oud-testamentische God is een strenge, straffende God, die straft tot in het zevende geslacht. Een God dus die dader én nakomelingen straft, zo was toen althans het beeld van God. Maar als je Jesaja leest, komt er een andere God. Er staat dat God een goede en betrouwbare God wil zijn. Hij zal zich inhouden en het volk niet vernietigen. Maar het volk zal wel gestraft worden. Dat doet God voor zichzelf, omdat hij wil dat iedereen eerbied voor hem heeft. Eerbied dus voor een God die zijn strafmaat kan aanpassen. Een die uiteindelijk rekening houdt met zijn schepping. Maar het blijft een beetje geheimzinnig wát er dan wel gaat gebeuren. Er gaat íets’ gebeuren. Iets dat nog nooit is vertoond en dat nog niemand heeft gezien.
Wat een bijzonder woordje is dat aan het worden, dat woordje ‘iets. Ook Matteus gebruikt het in zijn lezing. De eerste zin luidt: “Jezus zei: “Dit voorbeeld kan je ‘iets’ leren over Gods nieuwe wereld. Nu is er opeens ook nog sprake van een nieuwe wereld. Een mooie combinatie overigens met Jesaja die ook sprak over een nieuwe wereld. En straks zullen we in het tafelgebed zingen: “Dat een nieuwe wereld komen zal.” En in dat tafelgebed vinden we een mooi aangrijppunt. Want de dichter zegt daar: “Dat een nieuwe wereld komen zal, waar brood en liefde is, genoeg voor allen.”

Afstand tot geloof en religie
Weten we alleen nog steeds niet wat het grote ‘iets’ is.
We horen en lezen dezer dagen veel over de ontkerkelijking en de afstand die mensen hebben tot geloof en religie. Als je mensen vraagt of ze in God geloven krijg je een veelvoud aan antwoorden. Heel divers, van rotsvast vertrouwen tot afwijzing. Er zijn ook mensen die zeggen dat God is uitgevonden door mensen. Er is ook taal gegeven aan de mensen die zeggen dat ze wel in ‘iets’ geloven, maar dat ze dat geen Naam kunnen geven. Dat dat voor hen niet is: een God op een wolk. Of een almacht die wereld en heelal bestuurt. Nee, zeggen ze, ik geloof wel dat er ‘iets’ is, een macht of kracht die onze denkdimensie te boven gaat. Die benadering noemen we het Ietsisme.
En als je dat op de vertaling van de perikopen van vandaag legt, dan is dat niet van vandaag, maar al eeuwenoud. Als je Jesaja in deze vertaling leest zou het zelfs door God zelf uitgevonden zijn.

Zoektochtje
Nou, mooi dan, zo’n zoektochtje naar het ‘iets.’ Niet voor niets heb ik de viering het thema ‘van Weten naar Doen’ meegegeven. Zowel bij Jesaja als bij de Psalmist is er sprake van een Godsbesef, een weten van Gods bestaan, maar tegelijkertijd een afhankelijkheid die passief maakt. Kijk maar naar het beeld dat in Psalm 70 oprijst. Een hulpeloze, gepijnigde figuur die zijn hoop stelt op zijn Heer.
Houd mijn vijanden tegen, straf ze, jaag ze weg. Zorg dat ze moeten vluchten. Ik ben ongelukkig en alleen. Kom mij toch helpen en wacht niet langer. Met enig gevoel voor dramatiek kun je er een prachtige wanhopige toneeluitvoering van maken met wilde dramatische gebaren van een op de grond kruipend type. Help mij toch!!!
Zeker, er spreekt vertrouwen uit de tekst. Maar ik mis zelf toch een beetje daadkracht. Bij de pakken neerzitten en klagen is in het algemeen geen oplossing voor een probleem. Je kunt er ook zelf tegen aan gaan. Mét hulp desgewenst, dat wel.
En het is Paulus in zijn brief aan de inwoners van Thessaloniki die ons daarin bemoedigt. Hij zegt: “Ik hoef jullie niet te schrijven dat jullie van elkaar moeten houden.

Nooit goed genoeg
Want dat heeft God zelf jullie al geleerd. Jullie houden van alle Christenen in Macedonië.” Dat is mooi gezegd. Daarmee zegt Paulus dat we de liefde van God zelf hebben meegekregen. Het is een beetje jammer dat hij zegt: doe nog beter je best. Dat is zo’n pessimistisch oer-Nederlands zinnetje van ‘het is nooit goed genoeg.’ Heel Nederlands, dus misschien spreekt het ook wel aan. Paulus heeft op zich gelijk als hij bedoelt te zeggen: heb elkaar lief, dat kun je nóóit genoeg doen, dat kun je nóóit overdrijven.
Paulus schrijft ook iets over onafhankelijkheid. Hij plaatst dat een beetje in een politieke context. De aangeschrevenen zijn wat hun geloof betreft nieuwelingen in de streek. Hij zegt: zorg dat je geen onrust veroorzaakt. Houd je bezig met je eigen zaken en verdiensten. Dan blijf je onafhankelijk.
Het is ook die onafhankelijkheid die we moeten inzetten als het gaat om te werken aan een eerlijke samenleving. We moeten vanuit onze eigen visie en inzet tonen wat we waard zijn. Wat we voor anderen over hebben. De bruidsmeisjes in het verhaal van Mattëus hadden geen olie over voor de domme meisjes die hun olie vergeten waren. Daar hebben we in de liturgievoorbereiding toch nog even op zitten kauwen. Wat een egoïsme en hardvochtigheid, zei iemand. Je kunt toch wel een scheutje olie weggeven. Maar ja, de verhalen die Jezus vertelde hadden doorgaans een diepere laag. Lang is het verhaal verteld als een metafoor dat je je leven lang waakzaam moet leven, want je weet immers niet wanneer je tijd is gekomen om verantwoording aan de allerhoogste af te leggen. Dan kun je maar beter geen zonden op je kerfstok hebben staan.

Denk vooruit en handel daarnaar
Zelf voel ik er meer voor om het verhaal te zien als een opwekking er voor te zorgen dat je actief bent. Dat je dóet. Dat je vooruitdenkt en handelt. Zorg dat je beschikt over voldoende brandstof voor onderweg. Voor jezelf en iemand anders. Ik ben er van overtuigd dat dat de opdracht is die ons gegeven is.
De afbeelding op de cover van het boekje illustreert die gedachte: een kordate tante. De handen uit de opgestroopte mouwen, hup, aan het werk: DOEN! Heel anders dus dan die domme blonde gansjes zonder olie voor hun lampjes.
Geloven is doen, is werken, is zorgen voor elkaar. Niet berekenend afwachten tot het moment suprême, maar een leven lang aandacht voor elkaar.

Dus… is God vandaag een straffende, helpende Ietsist? Of is hij de inspirator die ons influistert er te moeten zijn voor elkaar. Dat we elkaar dragen waar nodig en dat we op de ander kunnen leunen als we dat zelf nodig hebben.

God uitgevonden door mensen of andersom?
Hebben wij mensen God uitgevonden? Of zijn wij door God uitgevonden. Links of rechtsom kun je geloven in het grote Iets dat God heet of anders. Maar hoe het ook zij: het gaat om hoe we met elkaar leven. Want God heeft ons de liefde meegegeven, schrijft Paulus. En daar kunnen we allemaal, groot of klein, arm of rijk, jong of bejaard handen en voeten aan geven.
Onze lieve burgemeester Eberhard van der Laan zei het prachtig: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.”

Moge het zo zijn.

– – – – – – –
Vieringteksten, context rond deze overweging (PDF)

Alle Overwegingen in 2017

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *